David en zijn geloof, reuzenlessen die het onthouden waard zijn

David, een man naar Gods hart  •  Sermon  •  Submitted   •  Presented
0 ratings
· 19 views
Notes
Transcript
Handout

Vorige keer

Een man naar Gods hart:
Niet: uiterlijk, werk, leeftijd, zonde
Wel: het kennen van God (Evangelie), toewijding, transparantie, toevertrouwen.

Drie gesprekken

- David en Eliab
- David en Saul
- David en Goliath

David en Eliab (11-30)

Israel in strijd met de Filistijnen. Ene kant van de berg een leger, andere kant was een berg met ene leger. Daartussen een grote vlakte van zo’n 1,5 kilometer (Eikendal). Verschillende manieren van vechten. Twee legers, groepen uit het leger, of een man van beide legers.
Drie oudste broers van David waren mee met het leger van Saul. David zelf niet, hij is nog te jong (13-14). Hij doet zijn bijbaantje als harpspeler aan het paleis afwisselen met het herderschap (15). Op een dag zegt vader Isaï, David ga eens naar je broers, neem een lunchpakket voor ze mee en neem ook nog wat lekkers mee voor de officieren in het leger (17-18).
Vroeg in de morgen gaat David op weg en komt bij het kamp aan.
Eliab is niet blij dat zijn kleine broertje er is.
1 Samuel 16:6–7 (HSV)
En het gebeurde, toen zij kwamen, dat hij Eliab zag en dacht: Deze is vast en zeker voor de heere Zijn gezalfde.
Maar de heere zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de heere ziet het hart aan.
Het kan zijn dat hem de hele gebeurtenis met de zalving tot koning hem niet lekker zit. Als eerst geborene stond hij daar mooi en werd zijn kleine broertje door Samuel gezalfd.
1 Samuel 17:28 HSV
Toen Eliab, zijn oudste broer, hem tot die mannen hoorde spreken, ontstak Eliab in woede tegen David en zei: Waarom ben je eigenlijk gekomen en onder wiens hoede heb je die paar schapen in de woestijn gelaten? Ik ken je overmoed en de slechtheid van je hart wel, want je bent gekomen om het vechten te zien.
Je ziet hier wat ongezonde jaloersheid doet. Hij heeft toch het gevoel dat zijn kleine broertje hem een paar passen te snel af is. Het maakt hem in ieder geval niet blij om zijn broertje te zien en misschien is zijn hart ook wel bitter geraakt.
Schaamte dat zijn kleine broertje met z’n grote mond:
1 Samuel 17:26 HSV
Toen zei David tegen de mannen die bij hem stonden: Wat zal men de man doen die deze Filistijn verslaat en de smaad van Israël afwendt? Want wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen?
Kleineren:
1 Samuel 17:28 HSV
Toen Eliab, zijn oudste broer, hem tot die mannen hoorde spreken, ontstak Eliab in woede tegen David en zei: Waarom ben je eigenlijk gekomen en onder wiens hoede heb je die paar schapen in de woestijn gelaten? Ik ken je overmoed en de slechtheid van je hart wel, want je bent gekomen om het vechten te zien.
Waarom ben je eigenlijk gekomen? Dat wist hij want hij had zijn lunchpakket en dat van zijn broers wel ontvangen.
Paar schapen: denigrerend
Overmoed: jong, onervaren, waaghals, onbesuisd
Slechtheid van je hart: het is net andersom want Eliab kent zijn eigen hart niet (balk en splinter)
Vechten zien: welk vechten? Want al veertig dagen is daar aan de andere kant van de vallei een onbesneden Filistijn die de levende God uitdaagt en als die man zijn mond opentrekt dat beven ze als rietjes en kruipen ze in hun tent en het enige wat je hoort in het kamp is het klappertanden van de angst.
David schaamt zich voor het gedrag van zijn volksgenoten. Dat niemand optreedt tegen het kleineren van hun God, de levende God. In David is er een ijver voor de Heer. Bij David is er een heilige verontwaardiging. Het gaat om zijn eer.
Wat heb ik gedaan? Is er geen reden voor? Kan ik niet eens spreken? Wat heb ik nu gedaan om je te beledigen?
Vragen
Herken jij jaloersheid in je leven omdat je denkt dat iemand anders beter is?
Heb jij ook een ijver voor de Heere als Zijn eer wordt aangetast?

David en Saul (31-39)

1 Samuel 17:31 HSV
Toen de woorden die David gesproken had, gehoord werden en in de tegenwoordigheid van Saul werden verteld, liet deze hem halen.
Eliab zal vreemd hebben opgekeken.
1 Samuel 17:32–33 (HSV)
David zei tegen Saul: Laat geen mens vanwege hem de moed laten zinken. Uw dienaar zal gaan en met deze Filistijn vechten. Maar Saul zei tegen David: Je bent niet in staat naar deze Filistijn te gaan om met hem te vechten, want jij bent een jongen en hij is een strijdbare man van zijn jeugd af.
Saul neemt hier een beetje zijn vaderlijke rol op zich. Je zou kunnen zeggen dat zijn gedachten: logisch, verstandig, bruikbaar maar ook fout.
Wat is er gebeurd met Saul? Wat is het verschil tussen Saul en David? Hij ziet alleen nog maar vanuit het menselijk perspectief. Alle omstandigheden zijn teveel geworden en hij is bang voor mensen geworden omdat hij alles vanuit de menselijke bril bekijkt. Hij is het perspectief vanuit God kwijtgeraakt.
Hij is kwijt dat God de Schelfzee in twee splijtte. Hij is kwijt dat God doordat het volk in gehoorzaamheid rondom Jericho wandelde de muren heeft laten instorten.
Hij is het kwijt de majesteit, de kracht, de heelijkheid van God.
Dit is het grote verschil met David.
1 Samuel 17:37 HSV
Verder zei David: De heere, Die mij uit de klauwen van de leeuw gered heeft en uit de klauwen van de beer, Die zal mij redden uit de hand van deze Filistijn. Toen zei Saul tegen David: Ga heen, de heere zij met je!
David kijkt niet naar de omstandigheden maar naar God. Hij kijkt terug in zijn leven en hij kan zeggen: De Heere zal mij redden. Als God mij in het verleden heeft geholpen met een leeuw en een beer dan zal Hij mij nu ook helpen met een onbesneden Filistijn die de levende God onteert.
Lamentations 3:22–26 (HSV)
Het is de goedertierenheid van de heere dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is! Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw! Mijn deel is de heere, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen. Goed is de heere voor wie Hem verwacht, voor de ziel die Hem zoekt. Goed is het te hopen en stil te wachten op het heil van de heere.
Vragen
Hoe kijk jij naar jouw omstandigheden? Zie je alleen maar met menselijke ogen of kun je het vanuit Gods perspectief bekijken?
1 Samuel 17:38–39 (HSV)
Vervolgens kleedde Saul David met zijn eigen kleren, zette een bronzen helm op zijn hoofd en deed hem een harnas aan. David gordde zijn zwaard aan over zijn kleren en wilde gaan, maar hij was ongeoefend. Toen zei David tegen Saul: Ik kan hierin niet lopen, want ik ben ongeoefend; en David deed ze weer uit.
We weten van Saul dat hij ook een grote man was. David kon zijn wapenrusting niet aan en daarbij was hij het ook niet gewend.
Saul: David, hoe had je het dan in gedachten?
David: zoals ik het altijd als herder gedaan heb; staf, slinger en een tas met stenen. Hier zien we opnieuw hoe David op God vertrouwt.
Hij stapt de vijand in zwakheid en afhankelijkheid tegemoet.
2 Corinthians 12:9 HSV
Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen.
Kijkend naar de slinger en de stenen - U kunt het doen
Het is als de jongen die bij de Heere Jezus kwam met z’n vijf broden en 2 vissen. De Heere Jezus zegt tegen Zijn disciplen ‘geef ze te eten’. Dat kunnen we niet. Maar in de handen van de Heere Jezus worden de broden en de vissen gezegend en gebroken om dan vermenigvuldigd te worden.
Het begint met je eigen onvermogen zien, je laten breken en dan kan God je gebruiken en kunnen zaken vermenigvuldigd worden. Het gaat niet om een sterke wapenrusting om zelf de vijanden te verslaan. Dat past je niet.
Geloof en vertrouwen in welke situatie je ook begint, begint bij je vertrouwen te stellen op een Man, een Timmerman, die gestorven is aan een houten kruis en op de derde dag is opgestaan. Door te zeggen Uw genade is mij genoeg.
Vragen
Kijkend naar jouw (slinger en stenen brood en vissen) durf je die in de handen van God te leggen en te zeggen Heere U kunt hier alleen maar iets moois van maken.

David en Goliath (41-50)

1 Samuel 17:42–43 (HSV)
Toen de Filistijn opkeek en David zag, verachtte hij hem; want hij was nog maar een jongen, rossig en knap van uiterlijk. De Filistijn zei tegen David: Ben ik een hond, dat je met stokken naar mij toe komt? En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden.
Goliath: zag, verachtte en vervloekte (bij zijn goden).
Voor David is het niet als eerste een gevecht tussen twee volken, gevecht tussen Israel en de Filistijnen. Maar allereerst is het een gevecht tussen de levende God en de afgoden van de Filistijnen (43). Het gaat allereerst om de eer en glorie van Zijn God. Dit is in de hele Bijbel de strijd. de strijd tussen de God van Israel en de afgoden.
Isaiah 45:20–22 (HSV)
Verzamel u, kom, treed tezamen naar voren, u die bent ontkomen aan de heidenvolken. Zij weten niets, zij die hun houten beelden ronddragen, of een god aanbidden die niet verlossen kan. Maak bekend en breng naar voren, ja, beraadslaag samen: Wie heeft dit van oudsher doen horen? Wie heeft dat van toen af bekendgemaakt? Ben Ik het niet, de heere? Buiten Mij is er geen andere God, een rechtvaardig God, een Heiland; er is niemand behalve Ik. Wend u tot Mij, word behouden, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand anders.
Het is het gevecht tussen de slang en de het zaad van de vrouw. Maar de kop van de satan is vermorzeld. Jezus is Overwinnaar. Hij is uit de dood opgestaan.
De levende God was voor David iets wat als een paal boven water stond. Daar vertrouwde Hij op en daar leefde Hij naar. Dat vertrouwen bracht Hem dat het hier in het Eikendal ging om Gods eer. Het gaat niet om David, dat Hij er goed uitkomt, eer krijgt, macht krijgt, de credits ontvangt.
1 Corinthians 1:27 HSV
Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen.
De Heere van de legermachten, de God van de gelederen van Israel (45) -Die u gehoond hebt
De Heere u in mijn hand overleveren (46)
Want de Heere verlost niet door zwaard of speer (47)
Want de strijd is van de Heere, Hij zal u in onze handen geven (47)
Gods glorie, eer en kracht wordt hier getoond in het licht van menselijke (mannelijke) zwakheid
De Heere Jezus Christus:
Gezalfde en stapt deze zondige en verloren wereld in, het oorlogsgebied
Hij was ook niet welkom ‘komt er iets goeds uit Nazareth’
Hij kwam in zwakheid, lam, slaaf, om Gods wil te doen en Gods eer hoog te houden
Meer dan overwinnaar
God kan zwakke mensen gebruiken die durven te zien en vertrouwen op Christus. Die kunnen met vertrouwen zeggen ‘niets kan mij scheiden van de liefde van Christus’. ‘met Hem ben ik meer dan overwinnaar’.
Related Media
See more
Related Sermons
See more
Earn an accredited degree from Redemption Seminary with Logos.