Naamloos Sermon
Sermon • Submitted • Presented
0 ratings
· 17 viewsNotes
Transcript
18-25 – De Geest geeft verwachting voor de hele schepping
18-25 – De Geest geeft verwachting voor de hele schepping
- Paulus gaat nu spreken over de toekomstige erfenis. In vers 17 bereid hij ons daar al op voor. Heerlijkheid.
- Paulus richt zich op de hele wereld. Dat werd in hoofdstuk 1 al duidelijk (1:16-32). Hij staat in dienst van God die over alle mensen oordeelt (2:1-11). Het evangelie is erop gericht om mensen terug te brengen naar de heerlijkheid van de Heilige (5:1-5). In hoofdstuk 6 en 7 richt hij zich meer op de individuele mens, maar hij houdt het grote perspectief vast. In hoofdstuk 8 zet hij het weer in het grote wereldwijde kader. Het gaat dus zowel om de ziel als om de hele schepping.
- 8:18
o Paulus gaat het slot van vers 17 uitvergroten. De glorie van God wacht voor hen die nu vanwege hun zondige natuur nog volop in de strijd verwikkeld zijn. Erfenis van Gods kinderen is onafzienbaar groot.
o Lijden hangt samen met alle zonden in de tijd. Niet alleen fysieke vervolging. Je lijdt onder je eigen zonden, maar ook door alle andere zonden (werd ook in 1:24-32 duidelijk). Christus’ koningschap wordt miskent en tekort gedaan.
o Weegt in de verste verte niet op tegen toekomstige glorie van Gods kinderen. Je kan het vertalen met: niet opgewassen tegen. Het is compleet tegenovergesteld. Het lijden kan de toekomst niet dwarsbomen. Dat gaat Paulus aantonen in het vervolg.
- 8:19
o Deze schepping heeft behoefte aan andere mensen (1). Ze ziet er naar uit dat duidelijk wordt wie Gods kinderen zijn. Na hun verheerlijking nemen de kinderen van God de wereld over. De heerlijkheid van God de Vader zal dan heel de aarde en de schepping overstralen. De hele schepping: niet alleen de lichamen en mensen daarop.
- 8:20
o Prediker: zinloosheid. Maar schepping juist gericht op de bloei.
o Aan wat is die schepping dan onderworpen: de zinloosheid. Door wie? Door de mens. Duidelijk uit 5:12. De mens heeft het zelf veroorzaakt.
o Toch heeft God de mens gelijk na de val hoop gegeven. De moederbelofte.
o Ook de schepping zal delen in de heerlijkheid
- 8:21
o Mens en wereld zullen uiteindelijk verheven worden.
o De onwil om de zinloosheid te accepteren is de keerzijde van de verwachting van een betere wereld waarop hoop is.
o Sinds Gen. 3 leven zowel weerstand als hoop als gevolg van de belofte aan Adam en Eva.
- 8:22-23
o In 22-25 werkt Paulus de twee verder uit.
o 1. Onvrijwillig gebukt gaan onder zinloosheid.
§ Zuchten en steunen. Hele schepping. De schepping gaat gebukt onvrijwillig onder deze tijd.
§ We kunnen denken aan ongerechtigheid: sociaal, politiek, persoonlijk. Waardoor mensen, dieren en milieu lijden. Bestaan wordt pijnlijk en ook nog eens uitzicht op sterven.
§ 📷Er is een algemeen verlangen naar een andere wereld. Lewis zei: als ik in mijn hart een verlangen merk naar een andere wereld dan kan het niet anders dan dat ik voor een andere wereld gemaakt ben.
§ Dit verlangen leeft ook concreet en ingevuld in christenen. Wij die de Geest hebben. De Geest is voorschot van de verheerlijking. De garantie. Als een ticket.
§ Toch blijven gelovigen onderworpen aan het lijden van deze tijd en aan de dood. Een samenleving die hard is en kwetst.
§ Maar nu nog hier. Geadopteerd en roepende naar de Vader (15) maar nog niet in het huis van de Vader aangekomen. Dan echt tot hun recht komen in de schepping. Nu nog prinsen en prinsessen in ballingschap.
§ De onvrijwilligheid blijkt uit het zuchten.
- 8:24-25
o 2. Hoopvol gestemd wat betreft de toekomst van God
§ Verwachting is gerechtvaardigd: er is terechte hoop. In die hoop zijn we gered. Wie hoopt er op iets wat hij ziet? Logisch mensen dat je het nog niet helemaal ziet. Als we hopen op wat niet zichtbaar is blijven we met in afwachting daarvan volharden.
§ Geloof geeft zich aan smeulende verwachting. Het voorschot van de Geest. Het ticket. Wat vandaag nog niet zichtbaar is. Halleluja!
26-30
- 8:26
o De Geest zucht met ons mee
o Zwakheid is onze zondige natuur. Het missen van de heerlijkheid van God.
o We tasten vaak in het duister en weten niet precies wat we nu moeten bidden.
- 8:27
o De Geest pleit naar Gods wil voor allen die Hem toebehoren.
o Er wordt achter onze rug gebeden maar wel vanuit ons hart.
o Dus ingeklemd in de liefde. Aan de ene kant Gods liefde tot ons en aan de andere kant Gods liefde en gebed vanuit ons door de Geest.
o Een net dat ons omsluit en vangt.
- 8:28-30
o Delen in de heerlijkheid van God (30 en terugverwijzing naar vers 19-21) Daar ziet de schepping naar uit. Daar zuchten (23) de gelovigen om. En dat is het gebed van de Geest zelf (26). Niet beschaamd want door (24) de hoop gered.
o Je mag je door de Geest al vastgrijpen aan de heerlijkheid die komt. Dit is verbonden met. (30)
§ 1. Bestemming
· Dit betreft Christus. Hij is de grond. Eersteling en redder.
§ 2. Uitverkiezing
· Die door God gekozen worden.
§ 3. Vrijspraak
· Genade die je ontvangt door vrijspraak.
§ 4. Roeping
· De roeping tot geloof in Jezus Christus. (1:5-6) Geroepenen.
o Zonder deze keten zouden de lezers niet beveiligd worden door het gebed en het vangnet van de Geest.
o Geen systematiek: wat zit er achter het liefhebben van God?
31-39 De Geest leer ons juichen in machteloosheid
- 8:31
o Als dit waar is, wat valt er dan nog te zeggen. Niets meer aan toe te voegen.
§ Vrede met God (5,1)
§ Leven onder een nieuwe Heere (6,17)
§ En de Geest komt onze zwakheid te hulp (8,11)
§ Als God voor ons is wie is dan tegen ons?
o Gebaseerd op wat God in Christus heeft gedaan(32-34)
o Geeft moed in aanvechting van dit leven (35-39)
o Het geloofsvertrouwen steunt op Gods werk.
- 8:32
o 1,2-4/3,21-26/5,6-11/6,1-11/7,25. Alles van Christus werk verwachten.
- 8:33
o Dat geeft diepe zekerheid. We worden niet meer aangeklaagd. God spreekt zowel Jood als heiden daadwerkelijk vrij.
- 8:34
o We worden niet verdoemd
o Jezus is er!
o Christus draagt zorg voor de geroepen gelovigen. Zijn liefde waakt over hen.
o Dit geeft moed voor alle aanvechtingen.
- 8:35
o Lichamelijke en psychische dodelijkheden. Het geloof maakt ons niet immuun voor tegenspoed. Het heeft veel overlap met dingen die Paulus zelf heeft meegemaakt.
- 8:36
o Psalm 44,23. Er wordt in die Psalm geklaagd over de verwoesting van het land maar men bleef God belijden. En bidden. Gekozen volk. Helemaal toepasselijk.
o Zijn lezers kende de hele psalm.
- 8:37
o Maar we zegenvieren! Paulus denkt bij de liefde aan vers 35.
o Jezus dood en opstanding de basis. 32.
o Liefde duurt voort tot vandaag en tot in eeuwigheid.
- 8:38-39
o De almacht van de HEERE overstijgt alle nood en ellende van deze schepping.
