God grijpt in/ als de hemel tekeergaat.
De God van de tweede kans • Sermon • Submitted • Presented
0 ratings
· 9 viewsNotes
Transcript
Jonah 1:4-17
James 4:13-15
De wakkere God
De wakkere God
Maar…. de Heere…
Maar…. de Heere…
Je kunt als mens je plan trekken en je eigen weg gaan, maar je zult altijd rekening moeten houden met de Heere. God had Jona geroepen en Jona koos ervoor zijn eigen weg te gaan; weg van de Heere, op naar Tarsis in Spanje. En dan staat het er zo treffend: Maar de Heere. Dat zou je bijna vergeten Jona, maar de Heere is er ook nog. En die heeft zijn wil en zijn plan!
Prov 19:21 En om tot zijn doel te komen kan God alles gebruiken wat Hem ter beschikking staat. Soms is dat een mens die Hij op je weg brengt. Of soms een ezel ( zoals bij Bileam) later in het boek Jonah zien we dat God een worm inschakelt; intens klein, maar ook daarmee kan God tot Zijn doel komen. Maar nu gebruikt God uit Zijn voorraadkast een enorme, machtige storm! Maar de Heere wierp een hevige wind op de zee en er ontstond een zware storm zodat het schip dreigde te breken.( Jonah 1:4)
In het hart van de mens zijn veel plannen, maar de raad van de heere, die houdt stand.
Het hart van een mens overdenkt zijn weg, maar de heere bestuurt zijn voetstappen.
Zeevaart was al goed ontwikkeld. Er waren prachtige schepen die de zeeën van de wereld bevoeren. Mens wist heel goed een zeewaardig schip te maken en de zeelui waren echt op de hoogte van de natuur, en hadden goede en gerichte kennis. Je moet niet denken dat ze op een soort vlotjes voeren. Dit waren echte schepen en echte zeemannen, die met hun grote kunde hun werk deden. Het waren ook geen bangerikken, of watjes. Moedige en ruige mannen die voor het meest van de tijd van huis waren, altijd op reis. Zij woonden op de zee, ze waren ermee getrouwd. Maar toen God die hevige wind op zee uitstortte, en er een grote storm kwam, toen werden deze ruige zeelieden bang. Ze kenden het gevaar, en het schip dreigde te breken. Nu moet je bij dit schip niet denken aan de tankers of schepen van de grote vaart van vandaag aan de dag natuurlijk. Je moet niet denken aan de schepen die hier auto’s komen lossen of de machtige grote cruise schepen waar 5000 zielen op passen, maar veel kleiner, natuurlijk. Kleiner maar niet minder degelijk en goed doordacht. Ik weet niet of u wel eens op zee geweest bent, weg uit het zicht van land rondom je, maar dan is elk schip, hoe groot of klein toch maar een notendop in die grote oceaan… Het herinnert je eraan dat je als mens toch maar klein en nietig bent he.
Sja wat doe je als je bang bent? Vaak zijn het twee dingen: Alles wat in je macht ligt om jezelf in veiligheid te brengen en het uitroepen naar God. Je kunt nog zo ruig zijn en God vergeten zijn voor lange tijd, maar op het moment dat de nood aan de man is weet je de naam van de Heere weer aan te roepen. Nood leert bidden toch? Nou ja sommigen van ons zijn zo stug en koppig dat ze in de grootste nood nog niet willen bidden. Dat is Jonah ook een beetje. Koppig en stug en geestelijk blind voor wat God doet. Vorige week hadden we dat al tegen elkaar gezegd he: weg bij de Heere maakt ook dat je niet veel meer merkt van wat God doet in je leven. Nou heeft God een Stormwind op zee neer gesmeten, en wat doet Jona? Jona gaat naar beneden lekker liggen slapen. We zien de afgang: eerst wandelde hij in ongehoorzaamheid en zonde, nu is hij gaan liggen in de zonde. Prov 6:10
Een beetje slapen, een beetje sluimeren, een beetje liggen met gevouwen handen! Daar komt je verderf al aan…
De slapende Jona
De slapende Jona
Terwijl Jonah slaapt in plaats van bidt, doen de ruige zeemannen iets anders.
Ze deden alles wat in hun vermogen lag: alle lading, al hun winst ging overboord, het was allemaal waardeloos geworden als ze hun leven maar konden behouden. en ze baden, ze riepen het uit. Ze riepen allemaal tot hun eigen god. Maar ja wat doet dat nou voor goeds he?
Ze zijn als een vogelverschrikker op een komkommerveld, want spreken kunnen ze niet. Ze moeten helemaal gedragen worden, want ze kunnen geen stap verzetten. Wees niet bevreesd voor hen, want kwaad kunnen ze niet doen, maar ook goeddoen is er bij hen niet bij.
De makers van beelden, allen zijn zij leegheid, hun geliefde voorwerpen doen geen nut. Ja, zijzelf zijn hun getuigen: zij zien niet en zij weten niet. Daarom zullen zij beschaamd worden. Wie maakt er nu een god en giet een beeld dat geen nut doet?
Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van mensenhanden: zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; zij hebben oren, maar horen niet; zij hebben een neus, maar ruiken niet; hun handen, die tasten niet; hun voeten, die gaan niet; er komt geen geluid uit hun keel.
Zij nemen hem op de schouder, zij dragen hem en zetten hem op zijn plaats.
Daar staat hij en van zijn plaats wijkt hij niet. Ja, roept iemand tot hem, hij antwoordt niet, hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid.
Dat is toch wel triest he, dat ze allemaal in doodsangst hun God aanroepen en dat hij niets bekendmaakt en niets zegt. Dan kom je bedrogen uit. En ze moeten gemerkt hebben dat het niets uithaalde want de kapitein rent naar beneden en vind Jona daar slapend in plaats van biddend… Net als toen de Heere Jezus bij zijn disicpelen kwam, en Hij- toen Hij ze het hardste nodig had- slapend vond.
De man die de Ware en levende God kende bad niet maar sliep. Jakobus 4:2 zegt u ontvangt niet omdat u niet bidt. Sja Jona als je zo ligt te slapen veranderd er natuurlijk niets. Opstaan man.
Nou dat roept die kapitein ook…Roep je God aan, misschien dat die wel luistert. Wel een beetje beschamend toch? dat de goddelozen aan de man van God moeten vragen om te bidden omdat ie slaapt…
Boven op dek wordt trouwens het lot geworpen. Het lot werpen in de Bijbel is een manier om beslissingen te nemen of Gods wil te kennen in situaties waar mensen zelf geen oordeel wilden of konden vellen. Het gebeurde met een heilig doel, altijd in afhankelijkheid van God. Het is niet te vergelijken met gokken of toeval, maar werd gezien als een middel waardoor God Zijn wil bekendmaakte.
Wat was het lot?
Wat was het lot?
Het lot bestond waarschijnlijk uit stenen, stokjes of schijfjes die men wierp om een keuze te maken.
Men liet het resultaat over aan God.
Het gebeurde vaak bij officiële beslissingen.
Josh 14:2 ;1 Chron 24:5 ;1 Sam 10:19-21
Belangrijk om te weten is dit: Prov 16:33
Het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daardoor komt van de heere.
En het winnende lot viel op: Jona. Het is totaal onbelangrijk wie deze mensen aanriepen. De levende God die wél oren heeft en kán horen, leverde resultaat. God heeft gesproken! En weet je wat we hier zien…. Dat deze ongelovige afgodendienaren, deze heidenen, wel meteen bereid zijn om de zaak te onderzoeken en te gehoorzamen aan de wil van God. Zij gaan door dit voorval de Heere; de God van Israel zelfs dienen! Zij zagen in de schepping, in de natuur Gods Grote kracht en kwamen tot geloof. ( vers 14-16) Zij beginnen de Levende God aan te roepen, en offeren aan hem…
Ze stellen meteen een hoop vragen aan Jonah
Door wie komt dit onheil over ons? Hier moet Jonah over de Levende God gesproken hebben die niet alleen maar de god van de storm is, maar de God die deze storm tot bedaren kan brengen omdat heel de schepping Zijn eigendom is.(vers 9)
Wat is je werk?Er staat nergens dat Jonah verteld heeft wat hij voor werk deed, maar wel dat hij de Heere van de hele schepping vreest.
Waar kom je vandaan? Hij antwoord dat hij een Hebreeer is en daar wist men wel van. Want in de wijde omtrek was men bekend met de God van Israel, de God van de Hebreeën . Ex 15:14-16; Josh 2:9-11 ;Ps 126:2
Wat moeten we met je doen?( vers 11) Pak mij op en werp mij maar in de zee dan zullen jullie met rust gelaten worden. Onwillig om naar Nineve te gaan en vol met schuldgevoel was Jona bereid zichzelf op te offeren om de mannen aan boord te sparen. Liever dood dan naar Ninevé. Logisch dat de mannen vroegen wat ze moesten doen, immers Jona wist wat God wilde en wat Hem tevreden stelde. Hier zit een les in: God eist betaling voor de ongehoorzaamheid. Het loon van de zonde is de dood ( Romans 6:23 ) . God eist betaling van de zonde, en Hij eist de dood als loon voor de zonde. Jona wist, als ik overboord ga dan is er aan Gods eis voldaan, dan heb ik betaald. Zo is het ook met ieder die zonde gedaan heeft, daar ligt een eis op. God wil dat deze eis voldaan wordt en wij mogen eeuwig dankbaar zijn dat God aan zijn eigen eis niet afgedaan heeft, maar tegelijkertijd zelf voorzien heeft in iemand die deze straf wilde en kon betalen.
De genadige God
De genadige God
Wanneer de Here God zijn oordeel stuurt is dat niet zomaar. We moeten begrijpen dat in de eerste plaats Gods oordeel altijd terecht is. We kunnen God niet bevragen over zijn oordelen. Maar we moeten er ook van doordrongen zijn dat God niet snel boos wordt en met oordelen komt. God is niet snel boos.
Toen de heere bij hem voorbijkwam, riep Hij: heere, heere, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw,
Barmhartig en genadig is de heere, geduldig en rijk aan goedertierenheid.
God had Jona de kans gegeven om tijdens het wandelen naar Joppe tot inkeer te komen. Hij moest heel bewust een ticket kopen om aan boord te gaan van dit schip. Dat was opnieuw een kans om tot inkeer te komen. Nu waren ze onderweg en nog steeds was er geen teken van inkeer bij Jona.
Nu grijpt God in door middel van deze storm. Hij zou hem hebben kunnen vernietigen. Hij zou Jona over boord hebben kunnen laten gooien en laten verdrinken. Dan was dat Gods volle recht geweest. Maar God heeft geen behagen in de dood van een zondaar.
Herziene Statenvertaling Hoofdstuk 33
Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen.(Ezech 33:11)
Onze God is zo genadig aan Jona en aan de bemanning. Zij hebben door deze storm en het getuigenis van Jona de ware God, de God van Israel leren kennen, zij zijn verer gegaan met offeren en aanbidden zegt vers 16. Dit was nadat zij onder de indruk kwamen dat God de zee in een moment tot bedaren kon brengen. Ze legden Hem hun geloften af! Als je God iets beloofd houd hij je daarvoor ook verantwoordelijk. Jefta sprak in de bijbel een gelofte: dat als God hem de overwinning zou geven hij het eerste dat zijn huis uitkwam lopen naar hem toe, hij zou offeren aan de Heere. Bleek zijn dochter als eerste te komen. Zijn hart brak en hij riep toen uit: Oh dochter, je buigt me diep terneer, want ik heb tegen de Heere een woord gesproken en ik kan niet terug.
Begrijp goed als je tot de Heere geloften spreekt je niet zo maar terug kunt krabbelen. Laat uw ja ja en uw Nee nee zijn.
God is ook genadig omdat zij gehoord werden door God. Ach riepen zij: laat ons toch niet vergaan om deze man. En God hoorde hen. Maar… niet zonder dat Jona overboord moest. Ze hadden het nog geprobeerd uit eigen kracht. Uit alle macht hebben ze geroeid om aan wal te komen om onder dat oordeel uit te komen… Maar het lukte ze niet.
En nu… We zien het gebeuren, vanaf het achterdek gooien ze Jona in zee. en de woelende zee werd stil…
En nu, Jona in de zee… van de regen in de drup… van de wal in de sloot zou je kunnen zeggen. Wie God verlaat staat er in Psalm 73 berijmd heeft smart op smart te vrezen...
En nu? is het nu over? Laat God hem dan maar zo verdrinken? Hij is toch genadig?
En de Heere beschikte een grote vis…Dr staat geen walvis zoals we kennen van de kinderbijbel, maar God stuurde een vis met als doel om Jona op te slokken. En zo wordt de ongehoorzame Jona een type van de Heere Jezus. die 3 dagen en 3 nachten in de buik van de vis zat. Het grote wonder is niet dat zo’n vis Jona kon opslokken, dat is pas ook nog gebeurd . Was op het nieuws.. Maar het grote wonder was dat in die drie dagen Jona niet verteerd was…Jezus spreekt hier later over, dat is het enige teken dat de verdorven mens en de overspelige genatie zal zien. geen ander teken dan het teken dan de Profeet Jona.
Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Een verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jona, de profeet.
Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.
Jezus werd daar ook niet verteerd, Hij stond op, op Gods glorieuze wijze.
Hij is niet in de dood, in het graf gebleven.
De dood kon onmogelijk Gods liefde verslaan,
nu Heerst hij als koning en Heer van het leven,
Heel de schepping roept zijn Naam.
Jona was een teken voor de inwoners van Nineve, levend uit de vis gekomen en zo is de Heiland een teken voor ons allemaal. Hij is niet dood; Hij leeft. Het is dat teken dat God een God is van tweede kansen, als wij maar tot Hem gaan.
De Here Jezus is een volkomen verzoeking voor wie in Hem geloven. Gelooft u in Hem, dan maakt het niet uit hoever je weggelopen bent bij de Heiland, en mag je altijd terug naar Hem.
Amen.
