God onthuld zijn hart/ de Boze profeet met een preekstoel
Notes
Transcript
Vandaag sluiten we af met het slot van Jona. Dan hebben we samen een heel profetisch boek bestudeerd. Er zitten hele belangrijke lessen in voor ons die vandaag aan de dag leven. We leren over God, en over onszelf. En dat is altijd van groot belang. Eerst dat we inzien hoe groot God is, hoe liefdevol en genadig. Daarnaast ook hoe ons eigen hart ons vaak de verkeerde kant op leidt in het leven.
Gods genadige houding onthult het boze hart van Jona
Gods genadige houding onthult het boze hart van Jona
Als dit boek bij het laatste vers van hoofdstuk 3 was geëindigd, zou de geschiedenis Jona hebben afgeschilderd als de grootste van de profeten. Het was immers geen geringe prestatie om één boodschap te prediken die duizenden mensen motiveerde om zich te bekeren en zich tot God te wenden. Maar de Heer ziet niet op de uiterlijke dingen; Hij ziet naar het hart (1 Sam. 16:7) en weegt de motieven (1 Cor. 4:5). Daarom is hoofdstuk 4 in het boek opgenomen, want het onthult 'de gedachten en bedoelingen' van Jona's hart en legt zijn zonden bloot. Als Jona in hoofdstuk 1 is als de verloren zoon, die erop staat zijn eigen zin te doen en zijn eigen weg te gaan (Lucas 15:11-32); dan is hij in hoofdstuk 4 als de oudste broer van de verloren zoon - kritisch, egoïstisch, nors, boos en ongelukkig met wat er gaande was. Het is niet genoeg voor Gods dienaren om simpelweg de wil van hun Meester te doen; ze moeten 'de wil van God van harte' doen (Efe. 6:6). De kern van elk probleem is het probleem in het hart, en dat is waar Jona's problemen te vinden waren. 'Maar het mishaagde Jona zeer, en hij was erg boos' (Jona 4:1).
Het opmerkelijke is dat God teder met Zijn mokkende dienaar omging en probeerde hem terug te brengen naar de plaats van vreugde en gemeenschap.
God luisterde naar Jona (Jona 4:1-4).
God luisterde naar Jona (Jona 4:1-4).
Voor de tweede keer in dit verslag bidt Jona, maar zijn tweede gebed was heel anders van inhoud en intentie.
Hij bad zijn beste gebed op de slechtste plaats, in de buik van de vis, en hij bad zijn slechtste gebed op de beste plaats, in Nineve waar God aan het werk was. Zijn eerste gebed kwam uit een gebroken hart, maar zijn tweede gebed kwam uit een boos hart. In zijn eerste gebed vroeg hij God om hem te redden, maar in zijn tweede gebed vroeg hij God om zijn leven te nemen! Opnieuw wilde Jona liever sterven dan niet zijn eigen zin krijgen. Dit gebed vol boosheid en iritatie laat ons het geheim weten waarom Jona in de eerste plaats probeerde weg te lopen.
Omdat hij een goede theoloog was, kende Jona de eigenschappen van God, dat Hij 'een genadig en barmhartig God is, geduldig en rijk aan liefde, een God die afziet van het zenden van onheil' (vs. 2, NBV). Jona wist dit en was er zeker van dat als hij de Ninevieten het oordeel aankondigde en zij zich bekeerden, God hen zou vergeven en Zijn oordeel niet zou sturen, en dan zou Jona als een valse profeet worden bestempeld!
Onthoud dat Jona's boodschap slechts het naderende oordeel aankondigde; het bood geen voorwaarden voor redding. Jona was bezorgd over zijn reputatie, niet alleen bij de Ninevieten, maar ook bij de Joden thuis. Zijn Joodse vrienden wilden graag alle Assyriërs vernietigd zien, niet alleen de mensen van Nineve. Toen Jona's vrienden erachter kwamen dat hij het middel was geweest om Nineve te redden van Gods toorn, hadden ze hem kunnen beschouwen als een verrader van het officiële Joodse buitenlandse beleid. Jona was een bekrompen patriot die Assyrië alleen zag als een gevaarlijke vijand om te vernietigen, niet als een gezelschap van berouwvolle zondaars dat tot de Heer moest worden gebracht. Wanneer reputatie belangrijker is dan karakter, en het behagen van onszelf en onze vrienden belangrijker is dan het behagen van God, dan lopen we het gevaar om net als Jona te worden en te leven om onze vooroordelen te verdedigen in plaats van onze geestelijke verantwoordelijkheden te vervullen.
Jona had zeker een goede theologie, maar die bleef in zijn hoofd en kwam nooit in zijn hart, en hij was zo van streek dat hij wilde sterven! Gods tedere reactie was om Jona te vragen zijn hart te onderzoeken en te zien waarom hij echt boos was. God troostte Jona (Jona 4:5-8). Voor de tweede keer in dit boek verliet Jona zijn plaats van bediening, verliet de stad en ging zitten op een plaats ten oosten van de stad waar hij kon zien wat er zou gebeuren.
Net als de oudste broer in de gelijkenis wilde hij niet naar binnen gaan en van het feest genieten (Lucas 15:28). Hij had de Ninevieten zoveel kunnen leren over de ware God van Israël, maar hij gaf er de voorkeur aan zijn eigen zin te doen. Wat een tragedie is het wanneer Gods dienaren een middel tot zegen zijn voor anderen, maar zelf de zegen missen! God wist dat Jona zich erg ongemakkelijk voelde in die hut, dus liet Hij genadig een wijnstok (kalebas) groeien waarvan de grote bladeren Jona zouden beschermen tegen de hete zon. Dit maakte Jona blij, maar de volgende ochtend, toen God een worm bereidde om de wijnstok te doden, was Jona ongelukkig. De combinatie van de hete zon en de verstikkende woestijnwind zorgde ervoor dat hij nog meer wilde sterven. Zoals Hij in de diepte van de zee had gedaan, herinnerde God Jona eraan hoe het was om verloren te zijn: hulpeloos, hopeloos, ellendig. Jona ervoer een voorproefje van de hel terwijl hij zat en naar de stad keek.
Een simpele test van karakter is de vraag: “Wat maakt me gelukkig? Wat maakt me boos? Wat geeft me de neiging op te geven?” Jona was “een man met een dubbele ziel, onstandvastig in al zijn wegen” (Jakobus 1:8, NBG51). Het ene moment predikt hij Gods Woord, maar het volgende moment is hij er ongehoorzaam aan en vlucht hij van zijn post. Terwijl hij in de grote vis zat, bad hij om verlossing, maar nu vraagt hij de Heer hem te doden. Hij riep de stad op tot bekering, maar hij wilde zichzelf niet bekeren! Hij was meer begaan met comfort dan met het winnen van de verlorenen. De Ninevieten, de wonderboom, de worm en de wind hebben allen God gehoorzaamd, maar Jona weigert nog steeds te gehoorzamen, en hij heeft het meest te winnen.
God onderwees Jona (Jona 4:9-11).
God onderwees Jona (Jona 4:9-11).
God spreekt nog steeds tot Jona en Jona luistert en antwoordt nog steeds, ook al geeft hij niet de juiste antwoorden. Onrechtvaardige woede voedt het ego en produceert het gif van zelfzucht in het hart. Jona had nog steeds een probleem met de wil van God. In hoofdstuk 1 begreep zijn verstand Gods wil, maar hij weigerde eraan te gehoorzamen en nam zijn lichaam in de tegenovergestelde richting mee. In hoofdstuk 2 schreeuwde hij om hulp, redde God hem en gaf hij zijn lichaam terug aan de Heer. In hoofdstuk 3 gaf hij zijn wil over aan de Heer en ging hij naar Nineve om te prediken, maar zijn hart was nog niet aan de Heer overgegeven. Jona deed de wil van God, maar niet vanuit zijn hart.
Jona had nog één les te leren, misschien wel de belangrijkste van allemaal. In hoofdstuk 1 leerde hij de les van Gods voorzienigheid en geduld, dat je niet kunt weglopen van God. In hoofdstuk 2 leerde hij de les van Gods vergeving, dat God degenen vergeeft die Hem aanroepen. In hoofdstuk 3 leerde hij de les van Gods macht toen hij een hele stad zich voor de Heer zag verootmoedigen. Nu moest hij de les van Gods medelijden leren, dat God mededogen heeft met verloren zondaars zoals de Ninevieten; en zijn dienaren moeten ook mededogen hebben. Het lijkt ongelooflijk, maar Jona bracht een hele stad tot geloof in de Heer en toch hield hij niet van de mensen tot wie hij predikte!
De mensen die “het verschil niet wisten tussen hun rechter- en hun linkerhand” (4:11) waren onvolwassen kleine kinderen (Deut. 1:39), en als er 120.000 van hen in Nineve en zijn voorsteden waren, was de bevolking niet klein. God heeft zeker een speciale zorg voor de kinderen (Mark. 10:13-16); maar of het nu kinderen of volwassenen zijn, de Assyriërs moesten allemaal de Heer kennen. Jona had medelijden met de wonderboom die verging, maar hij had geen mededogen met de mensen die zouden vergaan en eeuwig gescheiden van God zouden leven.
Jeremia en Jezus keken naar de stad Jeruzalem en huilden erover (Jer. 9:1, 10; 23:9; Luk 19:41), en Paulus aanschouwde de stad Athene en “was zeer ontstemd” (Hand. 17:16, NBG51), maar Jona keek naar de stad Nineve en kookte van woede. Hij moest de les van Gods medelijden leren en een hart vol mededogen hebben voor verloren zielen.
Het wonder van een onbeantwoorde vraag (Jona 4:11)
Het wonder van een onbeantwoorde vraag (Jona 4:11)
Jona en Nahum zijn de enige boeken in de Bijbel die eindigen met vragen, en beide boeken hebben te maken met de stad Nineve. Nahum eindigt met een vraag over Gods straf van Nineve (Nahum 3:19), terwijl Jona eindigt met een vraag over Gods medelijden met Nineve.
Dit is een vreemde manier om zo'n dramatisch boek als het boek Jona te beëindigen. God heeft het eerste woord (Jona 1:1-2) en God heeft het laatste woord (4:11), en dat is zoals het hoort, maar ons wordt niet verteld hoe Jona Gods laatste vraag beantwoordde. We hopen oprecht dat Jona zich overgaf aan Gods liefdevolle smeekbede en het voorbeeld van de Ninevieten volgde door zich te bekeren en het aangezicht van God te zoeken. ” Spurgeon zei: “Laten we hopen dat hij, gedurende de rest van zijn leven, zo leefde dat hij zich verheugde in de sparende genade van God.” Was Jona immers zelf niet gespaard vanwege Gods genade?
God was bereid Nineve te sparen, maar om dat te doen, kon Hij Zijn eigen Zoon niet sparen. Iemand moest sterven voor hun zonden, anders zouden ze in hun zonden sterven. “Hij die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen heeft overgegeven, hoe zal Hij ons met Hem ook niet alle dingen schenken?” (Rom. 8:32). Jezus gebruikte Jona's bediening in Nineve om de Joden te laten zien hoe schuldig ze waren aan het verwerpen van Zijn getuigenis. “De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen, want zij bekeerden zich op de prediking van Jona; en zie, hier is meer dan Jona” (Matt. 12:41).
In welk opzicht is Jezus groter dan Jona? Jezus is zeker groter dan Jona in Zijn persoon, want hoewel beiden Joden waren en beiden profeten, is Jezus de Zoon van God Zelf. Hij is groter in Zijn boodschap, want Jona predikte een boodschap van oordeel, maar Jezus predikte een boodschap van genade en redding (Johannes 3:16-17). Jona stierf bijna voor zijn eigen zonden, maar Jezus stierf gewillig voor de zonden van de wereld (1 Johannes 2:2).
Jona's bediening was beperkt tot slechts één stad, maar Jezus is "de Redder van de wereld" (Johannes 4:42; 1 Johannes 4:14). Jona's gehoorzaamheid kwam niet uit het hart, maar Jezus deed altijd wat Zijn Vader behaagde (Johannes 8:29). Jona hield niet van de mensen die hij kwam redden, maar Jezus had medelijden met zondaars en bewees Zijn liefde door voor hen te sterven aan het kruis (Rom. 5:6-8). Aan het kruis, buiten de stad, vroeg Jezus God om degenen te vergeven die Hem doodden (Lucas 23:34), maar Jona wachtte buiten de stad om te zien of God degenen zou doden die hij niet wilde vergeven.
Ja, Jezus is groter dan Jona, en omdat Hij dat is, moeten we des te meer acht slaan op wat Hij ons zegt. Degenen die Hem verwerpen, zullen een groter oordeel onder ogen zien, want hoe groter het licht, hoe groter de verantwoordelijkheid.
Maar de werkelijke vraag is niet hoe Jona Gods vraag beantwoordde; de werkelijke vraag is hoe u en ik vandaag Gods vraag beantwoorden. Zijn we het met God eens dat mensen zonder Christus verloren zijn? Hebben we, net als God, mededogen met degenen die verloren zijn? Hoe tonen we dit mededogen? Maken we ons zorgen over degenen in onze grote steden waar zoveel zonde is en zo weinig getuigenis? Bidden we dat het Evangelie naar mensen in elk deel van de wereld zal gaan, en helpen we om het daarheen te zenden? Verheugen we ons wanneer zondaars zich bekeren en de Heiland vertrouwen?
Al die vragen en meer zijn verpakt in wat God aan Jona vroeg. We kunnen niet voor hem antwoorden, maar we kunnen wel voor onszelf antwoorden. Laten we God het juiste antwoord geven.
Amen
