Genade die in beweging komt: Hebr. 10: 19-25
Sermon • Submitted • Presented
0 ratings
· 10 viewsNotes
Transcript
Inleiding
Inleiding
Als christenen hebben we het vaak over genade, uit genade leven maar als ik u zou vragen om eens precies te beschrijven wat genade precies inhoudt, wat zou uw antwoord dan zijn? (Stilte)
Ik was eens bij een lezing van Henk Binnendijk en die legde het heel erg mooi uit. Hij zei: Genade = God doet Zijn deel, en nu komt het mooie: Hij doet ook jouw deel.
God doet Zijn deel, en Hij doet ook jouw deel”
bedoelt hij:
dat het beslissende werk van redding volledig door God gedaan is
dat wij niet hoeven aan te vullen wat Christus heeft volbracht
dat genade niet 50/50 is, maar 100% Gods initiatief
Uit genade leven betekent dus: je leven bouwen op wat Jezus al heeft gedaan, niet op wat jij nog moet doen.
Vanmorgen gaan we lezen uit de Hebreeënbrief. De ontvangers hadden gehoord en geleerd om uit genade te leven maar ze waren gaan twijfelen of Jezus wel voldoende was. Daarom stuurt de auteur ze een brief om ze te vermanen en te bemoedigen.
Deze brief werd waarschijnlijk geschreven tussen 62 en 70 na Christus, een crisistijd waarin joodse christenen onder grote druk stonden van hun eigen volksgenoten. Ze voelden zich bedreigd, sociaal uitgesloten, en dat maakte hen onzeker: was Jezus werkelijk genoeg?
Wie de auteur is, is niet bekend. Vaak wordt gedacht aan iemand die met Paulus samenwerkte, misschien een leerling, maar zeker weten doen we dat niet.
Hoe dan ook: de auteur kende de mensen goed en hij schreef ze een brief. Een hele boeiende brief vind ik vol met argumenten die zeggen: Jezus is beter, Jezus is groter, Jezus is voltooid.
En vandaag gaan we zien waarom. We gaan lezen hoe de auteur hen helpt om terug te vinden wat ze kwijt waren geraakt: het vertrouwen dat Jezus voltooid heeft wat nodig is.
Lezen Hebreeën 10: 19-25
Toen
De Hebreeënbrief is geschreven aan mensen die Jezus hebben leren kennen en Hem zijn gaan volgen. Ze hadden ontdekt wat het betekende om uit genade te leven.
Maar ze leefden in een moeilijke tijd. Hun keuze voor Jezus bracht druk, uitsluiting en onzekerheid met zich mee. Ze verloren veiligheid, positie, soms zelfs familiebanden.
En juist in die spanning kwam de twijfel. Niet zozeer: is Jezus fout?
Maar: is Jezus wel genoeg?
Hun oude geloof voelde vertrouwd. Offers, priesters, rituelen , zichtbaar, tastbaar, herhaalbaar. Dat gaf houvast. Het was iets wat je kon doen.
En de verleiding was groot om Jezus niet los te laten, maar Hem aan te vullen.
Nu
En als we eerlijk zijn, is die spanning ons niet vreemd.
Wij leven ook in een tijd waar voor Jezus geen plek is. Je mag in alles geloven als je maar niet zegt dat Jezus de waarheid is.
We mogen zonder schroom tot God naderen maar.… We hebben vaak schroom om over Jezus en God te praten tegenover anderen. Ook als we ernaar gevraagd worden.
Binnen de kerk spreken we genade, maar we leven vaak alsof er tóch nog iets van ons afhangt. Alsof God pas echt tevreden is wanneer wij het goed doen. Wanneer we genoeg bidden. Genoeg inzetten. Genoeg stille tijd, Genoeg volhouden.
We brengen geen offers meer zoals toen, maar we kennen wel die innerlijke stem die zegt:
Doe ik wel genoeg?
Is mijn geloof wel sterk genoeg?
Ook wij kunnen Jezus volgen en tegelijk zoeken naar extra zekerheid.
En precies daar raakt Hebreeën 10 de kern.
Niet met de vraag wat wij nog moeten doen,
maar met de vraag: wat is er al gedaan?
PUNT 1 – Het begint bij God: GOD HEEFT ZIJN WERK GEDAAN
PUNT 1 – Het begint bij God: GOD HEEFT ZIJN WERK GEDAAN
(Hebreeën 10:19–20)
Onder het oude verbond woonde God te midden van de mensen. In de tempel in het Heilige der Heilige. Maar de toegang tot God was beperkt. Slechts één keer per jaar mocht de hogepriester het heiligdom binnengaan, om namens het volk te offeren. Er moest bloed vloeien ter verzoening. Maar het was tijdelijk, offers moesten steeds opnieuw gebracht worden, maar ze konden het geweten niet werkelijk reinigen. Er bleef afstand.
De Here Jezus heeft deze situatie radicaal veranderd. Hij gaf zich zelf als het ultieme zoen offer. Door Zijn offer is de weg naar God geopend. Niet tijdelijk, maar voorgoed
Niet aarzelend maar zonder schroom, naderen tot God.
Niet omdat wij van onzelf rein genoeg zijn, maar omdat Hij Zijn werk heeft voltooid.
Hij heeft voor ons met zijn lichaam, door het voorhangsel heen, een nieuwe, levende weg gebaand.
Zijn bloed is het nieuwe verbond, daarbij verwijst Jezus naar Jeremia 31 en dit wordt in Hebreeën 8 geciteerd. Overigens een nieuw verbond wat met het volk Israël gesloten is waaraan wij deel hebben door het geloof in de Here Christus
Het leven uit genade begint: niet bij wat wij doen, maar bij wat God heeft gedaan.
PUNT 2 – Wij mogen leven uit Zijn genade.
PUNT 2 – Wij mogen leven uit Zijn genade.
(Hebreeën 10:21–23)
Onder het oude verbond bleef geloof iets van herhalen en volhouden zonder zekerheid. De offers herinnerden telkens weer aan zonde. Maar moesten steeds opnieuw gedaan worden. Jaar in jaar uit.
Jezus is het ultieme offer waar alle offers uit het oude testament al naar vooruitwijzen
Jezus is niet alleen Degene die voor ons gestorven is, Jezus als lam.
Maar ook Diegene die voor ons leeft. Vers 21: Hij doet dienst als hogepriester in het huis van God.
In de kerk hebben we het vaak over Jezus als lam (het werk wat voor ons gedaan heeft)
We hebben het ook vaak over Jezus als Koning. Volgens de Bijbel is Hij dat nu nog niet maar zal hij die plek in nemen aan het eind van de tijd.
Maar Jezus is nu actief als hogepriester.
Wat deed een hogepriester in het oude testament?
degene die tussen God en het volk in stond
degene die het volk bij God vertegenwoordigde
Wat betekend het voor ons dat Jezus als Hogepriester actief is.
👉 Jezus staat voor God namens ons
Niet als bemiddelaar die een onwillige God moet overtuigen,
maar als de door God gegeven Hogepriester,die op grond van Zijn volbrachte offer voor ons instaat.
zodat wij heilige en rechtvaardige God met vrijmoedigheid mogen naderen.
En waar die zekerheid landt,
waar mensen echt leren rusten in genade,
daar blijft het niet onzichtbaar.
PUNT 3 – GENADE DIE ZICHTBAAR WORDT
PUNT 3 – GENADE DIE ZICHTBAAR WORDT
(Hebreeën 10:24–25)
Niet omdat het moet,
maar omdat genade altijd beweging in zich draagt.
Die beweging begint dichtbij.
In hoe we omgaan met de mensen om ons heen.
In relaties, op het werk, op school, op het voetbalveld, in de sportschool —
gewoon in het leven van alledag.
Dat is wat de Bijbel een missionair leven noemt.
Niet als een extra opdracht,
maar als het gevolg van een leven dat niet meer hoeft te bewijzen.
En juist daar zit de spanning.
Want het risico is groot dat we dit weer naar ons toe trekken.
Dat we gaan denken: wij moeten iets doen, wij moeten vrucht dragen, wij moeten presteren.
Maar Hebreeën 10 zet het precies andersom.
De schrijver van Hebreeën zegt niet: ga naar buiten en doe meer je best.
Hij zegt iets veel subtielers:
“Laten wij op elkaar letten.”
Genade maakt ons niet onverschillig,
maar opmerkzaam.
Niet gericht op onszelf,
maar op de ander.
Waar mensen leven vanuit zekerheid bij God,
ontstaat ruimte om elkaar te zien.
Niet om elkaar te meten,
maar om elkaar te bemoedigen.
En let op wat er staat:
“aansporen tot liefde en goede werken.”
Niet om God gunstig te stemmen,
maar omdat liefde en goede werken vrucht zijn van een vrij leven.
Dat gebeurt niet in grootse daden,
maar juist in het gewone.
In trouw.
In vergeving.
In volhouden.
In aanwezig zijn.
Daarom zegt de schrijver ook:
verzuim de samenkomst niet.
Niet als plicht,
maar omdat we elkaar nodig hebben
om herinnerd te worden aan genade.
En precies dáár gebeurt iets wat verder reikt dan de gemeente alleen.
Wanneer mensen zien
dat schuld niet het laatste woord heeft,
dat hoop blijft,
dat liefde niet verdiend hoeft te worden,
dan wordt genade zichtbaar — ook voor de buitenwacht.
Niet omdat wij zo missionair bezig zijn,
maar omdat Christus zichtbaar wordt in hoe wij leven.
Daarom
Juist daarom ontstaat er beweging. Niet naar binnen, maar naar elkaar toe. Niet gedreven door moeten, maar door genade.
Wanneer een gemeente leeft zonder angst om te falen, zonder de drang om zichzelf te bewijzen, ontstaat er een gemeenschap die opvalt. Goede werken worden dan geen voorwaarde, maar een getuigenis. Geen project, maar een uitstraling.
Zo gaan mensen die bij God beginnen en met God leven, ook met God uit — en wordt Gods genade zichtbaar voor de wereld om ons heen.
AFSLUITING
AFSLUITING
In Hebreeën 10 zien we een duidelijke beweging. Het begint bij God: Hij heeft de weg geopend. Wij hoeven niet eerst iets te brengen, maar mogen naderen op grond van wat Jezus heeft gedaan.
Van daaruit leren we met God te leven. Niet gedragen door onze trouw, maar door Zijn trouw. Vasthouden aan de hoop, ook wanneer het moeilijk is.
En die genade blijft niet bij ons. Wie bij God begint en met God leeft, gaat ook met God uit. Niet omdat het moet, maar omdat genade altijd in beweging komt.
Zo wordt de gemeente een plek waar mensen thuiskomen. Niet omdat alles klopt, maar omdat vergeving echt is. Niet omdat wij zo sterk zijn, maar omdat Christus genoeg is.
Moge God ons zo vormen tot een gemeenschap waar Zijn genade zichtbaar wordt — tot eer van Hem en tot zegen voor de wereld om ons heen.
