17 want de HEERE uw God, Hij is de God der goden en Heer der heren, de grote God, de held die gevreesd wordt. die gezichten niet draagt en niet geen omkopingsgift (aan)neemt.
18. Hij doet een oordeel over de vaderloze en de weduwe, maar (hij) die liefheeft geeft voeding en kleding aan hen die bescherming nodig hebben.
19 heb daarom de vreemdeling lief, want jullie waren vreemdelingen in het land Egypte.
20 Vrees de HEERE uw God. Dien hem en kleef aan hem, zweer bij zijn naam.
Vrees de HEERE uw God en dien hem. Kleef aan hem en zweer bij zijn naam.
21
hij is uw aanbidding en hij is uw God. die maakt samen met u groot.