Jezus in de hel
Notes
Transcript
Voorzang Gz. 152 (WK): 1,2 ‘Lam Gods, dat zo onschuldig’
Stil gebed
Votum en groet
Psalm 22a (WK): 1,4
Gebed
Schriftlezing: Mat. 27: 45-53
Psalm 22a (WK): 5,6
Verkondiging
Psalm 43: 2,3,4
Geloofsbelijdenis
Psalm 31:4,12
Dankgebed
Collecten
Gz. 149: 1,3,6 (WK) “Jezus leven van ons leven’
Zegen
Geliefde gemeente van onze Heere Jezus Christus,
Je herkent het vast wel. Spannende momenten waarop je je ademhaling onbewust inhoudt. Pas als het moment voorbij is merk je het - ik hield mijn adem in. Het is een overlevingsmechanisme van het lichaam. Je spaart je adem om bijvoorbeeld weg te kunnen vluchten. En ik denk maar zo dat we allemaal wel een moment kunnen herinneren waarop we onze adem inhielden. Intense momenten zijn dat. Even is er alleen nog maar dit moment. En niets anders. Pas als het voorbij is wordt je je weer bewust van de andere dingen in het leven. Alles in je concentreert zich op dit ene moment, op dat wat er nu gebeurt.
Zo’n concentratie maken we vanavond samen mee, als we stilstaan aan de voet van het kruis. Want terwijl we daar staan, en zien hoe een Joodse man aan een kruis hangt, wordt het plotseling donker. Drie uren lang. het is alsof de zon haar gezicht bedekt, en de aarde tot stilstand komt, haar adem inhoudt. Wat hier gebeurt is voor heel de wereld van levensbelang. De tijd staat stil. En in die stilstand horen we vanavond het Woord van God, onder het thema: Jezus in de hel. We zien eerst dat Hij daar voor ons is, en daarna dat Hij daar met ons is.
Voor ons
Er geschiede duisternis. Van ongeveer drie tot zes uur ‘s middags. Duisternis op klaarlichte dag. Ik nodig u allemaal uit om dat voor je te zien. Of nou ja - in het donker zie je niet zo heel veel meer, dat is zo, maar toch. Wat doet dat met u? Op klaarlichte dag, staan in het donker? Ik zal het maar niet invullen, maar ik weet vrij zeker dat niemand dit als prettig zal ervaren. Integendeel. Mijzelf lijkt het behoorlijk beangstigend. Want de natuurlijke loop van de dingen wordt doorbroken, en ineens is de duisternis die er normaal alleen in de nacht is midden op de dag. De vastigheid van Gods schepping is in het geding. En dat is onvoorspelbaar en daarom eng. Wat gaat er nu gebeuren? Vooral omdat de normale loop doorbroken wordt met duisternis. Dat is geen prettige verandering. En dat is het ook niet.
Ik denk terug aan het begin van de wereld, bij de schepping. Toen de aarde woest en leeg was, en duisternis over de watervloed lag. Voordat God gezegd had: laat er licht zijn. Nu gaat het ineens terug, naar de onleefbaarheid en de onherbergzaamheid van het allereerste begin. Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat het overdag donker werd. Het overkwam de Egyptenaren ook, in de tijd van de plagen in Egypte. Drie dagen lang duisternis als straf. En in het Oude Testament was er ook geprofeteerd over de dag van de HEERE. Een dag van oordeel zal het zijn. “Op die dag zal het gebeuren, spreekt de Heere HEERE, dat Ik de zon midden op de dag zal laten ondergaan; op klaarlichte dag zal Ik het land duister maken”. En dan volgt er bij die tekst, in Amos 8, oordeel. Een oordeel dat gericht is tegen u die de armen vertrapt en erop uit bent om de zachtmoedigen van het land weg te doen. Mensen die de afgoden dienen. Aangekondigd oordeel, duisternis op klaarlichte dag. Als de evangelist Mattheüs het over duisternis heeft valt ook de uitdrukking ‘buitenste duisternis’. De plek - of beter gezegd de onplek - ver weg van God. De plek van eeuwige verlatenheid, donkerte, straf, geween en tandengeknars. Of zoals wij het meestal benoemen: de hel. De plek waar God niet is. Plek van oordeel en strafgerichten.
En nu, op Golgotha, in het donker horen we Jezus schreeuwen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” Het is huiveringwekkend. Niet alleen het licht, maar God Zelf heeft zich teruggetrokken. Het aangekondigde oordeel wordt in zijn voluit over Jezus uitgestort. En dit is geen tussentijds oordeel, zoals dat er zo vaak in de Bijbel is, bedoeld om mensen terug te roepen naar God. Dit is het eindoordeel. Het definitieve moment: de eeuwige duisternis. De eeuwige verlatenheid. De eeuwige straf. En het komt hier op Jezus af. De hel is losgebarsten.
Ik weet niet hoe dicht de duisternis was, en of we Jezus nog konden zien. Maar we weten in ieder geval hoe Hij daar hing. Aan een martelwerktuig. Een langdurige executie, de meest schandelijke manier om ter dood gebracht te worden. Hij hing daar helemaal naakt - zijn eer en bescherming waren weg. Hij was al door alle mensen verlaten, ook zijn vrienden, de discipelen. Hij was al gemarteld en bespot. Tot aan het kruis. Zo hangt hij daar, compleet te schande en alleen. Je wordt er stil van. En de ontzetting grijpt je aan. Het is gruwelijk.
Gemeente, ik noemde net al die tekst uit Amos, over de duisternis als teken van het oordeel. Dat oordeel werd aangekondigd in een concrete tijd met concrete mensen. Mensen die de afgoden achterna lopen. Mensen die niet geven om het recht, maar een afschuw hebben van wie de waarheid spreekt. Mensen die armen vertrappen, en het er intussen van nemen in het leven. En ook nog gewoon in de kerk zitten. En als ik het zo zeg klinkt het misschien vooral als iets wat gaat over de groten der aarde. De dictators, de manipulators, de rechters in politiestaten. Niet als iets wat ook over u en mij zou kunnen gaan.
Een sentiment dat ik snap. Maar niet deel. Waarom niet? Omdat het hart van ons allen precies hetzelfde is als het hart van de extreme voorbeelden. Want als u zelf nu heel eerlijk bent, moet u dan ook niet toegeven dat u zichzelf en uw eigen hachje als hoogste goed heeft? Dat dat het is waar u voor leeft, waar u voor gaat? En dat u best goed wil zijn en doen, zolang het maar niet te veel kost? Of herkent u daar niks van? Is God bij u altijd de allerhoogste? Waarom zondigt u dan elke dag opnieuw? Waarom is er dan telkens weer begeerte naar dat wat u niet heeft? Waarom is het dan zo lastig om de ander uitnemender te achten dan jezelf? Waarom is het dan zo moeilijk om op te staan voor recht en gerechtigheid als het je zelf de kop kan kosten? Ik hoop dat u het met mij - en veel belangrijker nog - met God eens bent. Ik ben een zondaar, iemand die van zichzelf leeft in opstand tegen God en de afgoden achterna loopt. Ik ben zoals zij, waar Amos tegen profeteerde. Om mij, mijn grote schuld...
En nu terug naar de diepte duisternis. Het grote lijden van Jezus Christus. De donkerte en de duisternis. De godverlatenheid. En je ziet het voor je ogen gebeuren, en je hoort het verkondigd worden, en je realiseert je: het raakt mij niet! HET RAAKT MIJ NIET! Ik zij de hel, ik zie het lijden, ik zie de duisternis, ik hoor over de godverlatenheid. MAAR IK BEN NIET IN DE HEL. HET LIJDEN OVERKOMT MIJ NIET. IK BEN NIET IN DE DUISTERNIS. IK BEN NIET VAN GOD VERLATEN! Dat gruwelijke oordeel van God komt over Jezus. Hij neemt het op Zich. Hij draagt het. Dit is toch prachtig gemeente. Het meest geweldige nieuws ooit. God ondergaat Zijn eigen oordeel. Zo lief heeft Hij ons. Mij, u en jou. Zo lief, dat Hij liever Zijn eigen Zoon zond dan ons onder te laten gaan in het oordeel. Liever zelf de hel in, dan ons erin. Gemeente, dan smeek ik jullie vanavond van Godswege: laat je door dit wonder met God verzoenen. Belijd je schuld en ontvang Jezus’ offer. Meer hoef je niet te doen. Alleen maar te ontvangen. Aan Gods liefde hoef je nu niet meer te twijfelen toch?
En wie afvraagt of dit offer van Jezus echt genoeg is, kijk maar eens wat er gebeurt als Jezus de geest geeft, Zijn laatste adem uitblaast. Op dat moment scheurt het voorhangsel van de tempel van boven naar beneden doormidden. Misschien weet je het wel. Dat gordijn dat voor het heilige der heilige hing. Waar de ark stond, met het verzoendeksel. Waarin alleen de hogepriester naar binnen mocht, op grote verzoendag. Eén keer per jaar. Om zo de weg tussen God en mens telkens weer vrij te maken. En nu, van boven naar beneden, dat gordijn doormidden! Gods handtekening, Zijn bevestiging! De weg is open! Hebreeën 10:19 en 20 zeggen het zo: Wij hebben vrijmoedigheid om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorgangsel, dat is door Zijn vlees. God bevestigt het zelf: het is genoeg wat Jezus gedaan heeft!
Twijfel je daar ooit over? Vraag je je af of God jou ook wel op het oog heeft? Zie hoe groot Zijn liefde is. Zij dat het genoeg is. Jezus is in het oordeel gaan staan - het definitieve eindoordeel van de hel en de godverlatenheid. En de Vader heeft het bevestigd. De weg naar het heiligdom, de plek waar Ik woon is vrij. Ga maar. Ga, en ontvang het nieuwe leven.
2. Met ons
Ik zei het net behoorlijk stellig en krachtig. Ik ben niet in de hel, het lijden overkomt mij niet, ik ben niet in de duisternis enzovoort, ik ben niet van God verlaten. En tegelijkertijd, het kan maar zo waar zijn dat je dat niet met mij meezegt. Sterker nog, ik zou dat zelf niet eens altijd zo zeggen. Want laten we maar heel eerlijk zijn met elkaar vanavond. Het leven hier op aarde lijkt vaker dan ons lief is op de hel. Zoveel leed, zoveel kwaad. De wereld staat in brand, en onze eigen levens… Uw leven, mijn leven, het leven als gemeente… Wat kan er daar veel lijden zijn. En het is zeker niet zo dat het geloof maakt dat dit lijden ons licht valt. En het is ook zeker niet zo dat wij ons nooit van God verlaten voelen.
Het raakt mij dat Jezus de woorden van Psalm 22 in de mond neemt, aan het kruis. Het zijn de woorden van een mensenkind dat eeuwen eerder op aarde was. Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij mij. En er zijn andere plekken waar een soortgelijke klacht klinkt. God, HEERE, het is toch Uw wezen dat u er altijd bij bent? Het is toch Uw belofte dat U mij nooit verlaat? Waar bent U dan? Waarom redt u dan niet? Komt toch, red mij, bevrijd mij, trek mij omhoog uit de ellende, ik kan niet meer! Of is dat geen ervaring die u herkent? Heeft u dat nooit, dat u geen uitkomst meer ziet? Dat zal toch niet… Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten… Als de angst je te sterk wordt en je opsluit. Vervreemd van alle mensen, vervreemd van God, ja zelfs van jezelf. Als de wanhoop je overmant, je geen uitkomst meer ziet in de zorgen die er zijn. Of de negativiteit in jou je kapot maakt. Of als het anderen zijn die je neerdrukken en vermorzelen. Als het net van financiële verwoesting zich rondom je sluit… Als je kind… Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij mij!
Gemeente, als mens kun je er zo aan toe zijn. Dat je je compleet alleen voelt, angstig, afgeschermd van alles en iedereen. Zelfs God kan niet meer doordringen. Tuurlijk - God kan in Zijn almacht altijd bij jou doordringen. Dat is het punt niet. Maar Hij doet dat niet. Je voelt je verstoten, alleen gelaten. Alleen met je angst, pijn en verdriet. De toekomst, je leven staat op het spel. Je geluk. En je thuis bij Vader. Zijn armen waarin je veilig bent, Zijn hand waaraan je veilig kunt gaan, Zijn nabijheid die het moeilijke dragelijk maakt. Het is er allemaal niet meer. Je kunt er niet meer bij. De hemel is dicht.
Op dat soort mensen kun je inderdaad met David meezingen: Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet, en ‘s nachts, maar ik vind geen stilte. (...) Ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen en veracht door het volk (...) mijn hart is als was, het is gesmolten diep in mijn binnenste. Je hoeft dat niet weg te stoppen. Je hoeft God niet te verdedigen, je hoeft niet te doen alsof het jouw schuld is. Dat doet David ook niet. Belangrijker nog: dat doet Jezus ook niet. Voorwaar, gij zijt een God die zich verborgen houdt.
En daar, in de angst en in de wanhoop ervaar je maar zo de hel. De hel als plek waar God niet is, de hel, waar geen enkele hoop en toekomst meer is. Enkel niet-zijn, wanhoop, angst en pijn. Geliefden, zo komt het beeld van Jezus in de duisternis aan het kruis, van God verlaten, ook heel dicht bij onze eigen ervaringen. En wilt u mij geloven - wilt u God geloven - als ik zeg dat dit geweldig troostrijk is. Het betekent namelijk niet minder dat u op zulke momenten toch niet alleen bent. Er is iemand die daar ook is geweest. Bevend, schreeuwend om hulp, geen uitzicht meer hebbend. Van God verlaten. Waar u bent, is Hij geweest. Dat verandert nou niet direct je gevoel, maar reikt je wel iets aan. Namelijk dit: dat precies dat gevoel, dat zo uitzichtsloos, zo alleen, zo verlaten voelt, door Hem gedeeld wordt. En dat je, paradoxaal genoeg, in je alleen-zijn toch niet alleen-bent. Juist in het complete verlaten-zijn ben je niet alleen. En dat besef - misschien geeft dat dan toch een sprankje hoop. Jezus was hier ook. Juist als ik me zo voel, ben ik misschien wel dichter bij Hem dan ooit.
De Heidelbergse Catechismus zegt dit ook, als antwoord op de vraag: Waarom volgt daarop: nedergedaald in het rijk van de dood? Opdat ik in mijn hevigste aanvechtingen verzekerd en volkomen getroost mag zijn, omdat mijn Here Jezus Christus door zijn onuitsprekelijke angst, smarten, verschrikking en helse kwelling, die Hij, ook in zijn ziel, zowel aan het kruis als tevoren, heeft doorleden, mij van de helse angst en pijn verlost heeft. (V/A44)
Ze zijn er dus wel, die hevigste aanvechtingen. Maar er is ook verlossing. Verlossing ja! Want de nabijheid van Christus is één ding, er is nog meer. Want na die vreselijke tijd aan het kruis, en zelfs de dood, houdt het niet op.
En daarvoor wil ik opnieuw naar het moment dat Jezus sterft. In het vorige punt zagen we al dat het voorhangsel doormidden scheurde. Maar er gebeurt nog meer. De graven werden geopend, en vele lichamen van ontslapen heiligen stonden op. Het resultaat van Zijn lijden aan het kruis. Niet alleen vergeving van zonden, vrijspraak, maar ook: nieuw leven. Een leven na dit leven. Vooruitzicht, voorbij het graf. Direct bewijs uit de hemel. De angst, pijn en godverlatenheid is niet het laatste. Had Jezus aan het kruis nog zicht op dat wat er zou komen? Ik vraag het me af. Het mijn God mijn God komt uit Zijn hart. En zo kun jij ook al het zicht verloren zijn. Geen uitkomst meer zien. Geen toekomst. Geen hoop en vreugde. Geen zicht op een hernieuwde ontmoeting met God. En dan toch. Juist als je die gedachten herkent, dan zegt Jezus: daar ben ik ook geweest. En kijk eens wat er met mij gebeurde. De Vader wekte mij op, op de derde dag. Er was wel nieuw leven. Er was toch toekomst.
En als je dat hoort, in het lijden, dan ben je toch niet alleen. Zoals het avondmaalsformulier ook zegt Toen riep Hij uit: mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden. En zo is het. Dit is waarheid. Dit is wat Gods woord ons zegt: “Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld; wij worden vervolgd; maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht. (2 Kor. 4:8,9). Geen ervaren, wel een weten. En in het weten kan het misschien ook ervaren worden.
Geliefden in de Heere, zo is het vanavond Goede Vrijdag. God van God verlaten, om ons van schuld vrij te spreken, om ons in het diepe lijden nabij te zijn en hoop aan te bieden. Zie zijn hart - wat is het toch groot en vol van liefde. Hij is door de hel gegaan om ons in de hel nabij te zijn, om ons er van te verlossen. En geliefde mensen, mocht jij je nou nog nooit aan deze God overgegeven hebben, doe dat dan toch. Het is het enige wat nodig is om vergeving, troost en eeuwig leven te ontvangen. Alleen in verbinding met deze God wordt je gelukkig. Ben je niet na dit leven in de hel, waar je nooit meer uit verlost kunt worden, omdat het dan definitief is. De scheiding tussen God en duivel, tussen gelovigen en ongelovigen. Laat je op deze goede Vrijdag met God verzoenen!
En geliefden, vind zo allen troost in de wonden van Jezus. Hij voor mij, omdat ik anders de eeuwige dood had moeten sterven. Hij van God verlaten, opdat ik nooit meer van God verlaten zou zijn. Na de drie uren duisternis wordt het weer licht. En na het sterven van Jezus scheurt het voorhangsel en staan doden op. En na goede vrijdag wordt het pasen. Want door de dood heen is er leven.
Amen
