Preek 1 Joh. 3:18-24 kern is vers 20
Notes
Transcript
Stil mijn ziel, wees stil
Samenvatting vorige preek:
De preek over 1 Johannes 3:11–20 benadrukt dat ware wedergeboorte zichtbaar wordt in een leven van rechtvaardigheid en vooral onderlinge liefde.
Johannes laat zien dat liefde geen optie is, maar een bewijs dat iemand uit God geboren is.
Als voorbeeld van het tegenovergestelde noemt hij Kaïn, die zijn broer haatte en doodde uit jaloezie.
Zo toont Johannes dat de wereld gelovigen zal haten, net zoals zij Christus haatte.
Christenen moeten daarom niet leven voor de goedkeuring van de wereld, maar voor God.
De maat van de ware liefde is Christus Zelf: “Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven.”
De liefde waar Johannes over spreekt is agapè—opofferende liefde die zichzelf geeft ten bate van de ander.
Deze liefde is niet natuurlijk voor de gevallen mens, maar wordt door de Heilige Geest in het hart uitgestort bij wedergeboorte (Rom. 5:5).
Daarom kunnen en moeten gelovigen deze liefde uitleven.
Johannes maakt het concreet: Wie de middelen heeft en een broeder in nood ziet, moet handelen.
Liefde is geen woord, maar een daad.
Geliefde gemeente van onze Heere Jezus Christus,
Vanmorgen bereiden we ons voor op de viering van het Heilig Avondmaal.
We hebben het onderwijs gehoord over de zelfbeproeving.
De zelfbeproeving bestaat uit het toetsen of wij berouw hebben over onze zonden, ons vertrouwen stellen op Christus alleen,
en van harte verlangen om in liefde en gehoorzaamheid te leven.
Kern van het onderwijs
Het onderwijs dat de apostel Johannes ons gegeven heeft door de Heilig Geest begint langzaam maar zeker in te dalen.
We beginnen te beseffen waar het God om te doen is.
Niet om onze vrome woorden.
Niet om ons geestelijk indruk maken op elkaar en op Hem.
Maar om waarheid in het binnenste.
Oprecht leven voor God, het houden van Zijn geboden en leven in diepe liefde en compassie voor elkaar.
Daar is geen spelt tussen te krijgen…
En daar zit nu net het probleem…
Want die Bijbel is wel helder.
Dat is het getuigenis van God.
Maar hoe is het nu in ons hart?…
Is het daar in ons hart ook zo helder? (…)
Of zit hier precies de angel.
We belijden de waarheid van Gods Woord.
Daar doen we niets van af….
Maar het lijkt wel alsof er in mijn hart hele andere krachten spelen.
Het lijkt wel alsof de waarheid en de rijkdom van het Evangelie maar niet willen ontkiemen en vrucht dragen.
We proberen te roeien over de stromen van genade, maar de boot blijkt lek te zijn…
Voorbeeld roeien in een lekke boot
Dat begrijpen de kinderen ook wel.
Als je gaat varen in een boot die lek is.
Dan kom je niet aan ontspannen varen toe.
Je bent meer bezig met het gat te dichten dan met roeien…
Zo is het ook vaak in ons leven…
Je zou meer willen genieten van de stromen van genade, maar de praktijk is dat je allang blij bent als je niet verdrinkt in je worsteling en strijd, in de aanvechting en verleiding…
Nee, gemeente dat geeft geen mooi plaatje van ons.
Dat is niet iets om over naar huis te schrijven.
Daar komen we niet graag mee voor de dag.
Dat stop je het liefst zo diep mogelijk weg, want we weten er geen raad mee…
Daarom is het goed dat u/jij vanmorgen er toch bent.
Dit monster dat ons achtervolgt en laat struikelen gaan we ontmaskeren door de kracht van Gods Woord en de Heilige Geest.
Deze kwaal gaan we vanmorgen laten behandelen in de operatiekamer van genade.
De tekst voor de verkondiging is 1 John 3:20
“Want als ons hart ons veroordeelt,
God is meer dan ons hart, en Hij weet alle dingen.”
Op het eerste gezicht is het een complex gedeelte in de brief.
God en ons hart en de moeite die we als mensen ervaren wanneer we tot God proberen te naderen.
Ja, we zijn door het offer van Jezus Christus welkom bij God.
De Heere Jezus heeft de weg gebaand, de toegang is open.
Maar het lijkt wel alsof er meer stemmen zijn dan alleen de stem van God.
Er is ook nog een stem in ons hart.
Dat is een stem van veroordeling, afwijzing, kritiek.
Ook wel de: De innerlijke criticus genoemd.
De slopende zelfkritiek, die onze vrede rooft en de moed ontneemt om met blijdschap te volharden.
Hoe kom je hier vanaf?
Nou zegt iemand… dan moet je ermee naar God gaan.
Als er een probleem in je geestelijk leven is, moet je het niet zelf proberen op te lossen, maar ga naar God.
Nader tot Zijn troon en daar vindt je barmhartigheid.
Niemand zal zeggen dat dit fout is.
In de Bijbel zul je veel oproepen vinden die hier op lijken.
En tegelijkertijd ligt hier precies de moeite en de weerstand.
Want hoe dichter je nadert tot God en komt in Zijn aanwezigheid, hoe meer veroordeling je voelt in je hart…
Het contrast is zo ontzettend groot…
Zijn Heiligheid en volmaaktheid en mijn onheiligheid en zondigheid.
We willen wel naderen, maar we deinzen achteruit…
Gods aanwezigheid is soms een verpletterende aanwezigheid.
In de studie voor deze preek vond ik woorden die mijzelf hielpen om dit te begrijpen en hier goed mee om te gaan en deze wil ik u vanmorgen graag meegeven.
Een van de auteurs die me erg geholpen heeft in Tim Keller.
We hebben dus geleerd dat dit gedeelte gaat over gebed.
Elke christen bidt, en heeft moeite met gebed.
We gaan nog een stap verder.
De Bijbel gaat er vanuit dat ieder mens bidt…
De vraag is alleen tot wie je bidt.
Gebed is de universele reflex van ieder mens die echt mens is geworden.
Ieder mens die zijn menselijkheid ontdekt zal gaan bidden.
Kijk, zolang jij denk dat je God bent, onafhankelijk, groot en sterk en nooit zult sterven. Dan zul je niet bidden….
Maar kijk maar wat mensen gaan doen als je in nood zijn.
Kijk maar wat mensen doen als ze op een vlot op de oceaan ronddrijven en geen idee hebben of er ooit hulp komt, of ze zullen sterven van honger en dorst.
Dan gaat een mens bidden…
Als je niet bidt, ben je niet volwassen…
Je bent nog geen volwaardig mens geworden als je weigert te bidden.
Je denkt dan nog steeds dat je een god bent… en je hebt het mis…
Maar wat is dat dan, bidden?
Het is met huid en haar voor God verschijnen.
Het is naderen tot de troon van God.
Het is komen voor de ogen van de Alwetende...
Nee, bidden is niet een appje naar boven sturen,
of een e-mail met je wensenlijstje.
Dat is niet zo moeilijk.
Je neemt een houding van zenden aan, stuurt je wensen naar boven.
En daarna sta je snel weer op.
Het moet niet teveel heen en weer gaan, dat is veel te eng…
Als je dit gedaan hebt probeer je jezelf wel wijs te maken dat je gebeden hebt, maar je weet dat het eigenlijk nergens op sloeg…
Je kunt niet brutaalweg de troonzaal binnenkomen en zeggen:
Ik wil het maar over een ding hebben…
Wat is bidden dan wel?
Het is God de Vader de volledige aandacht geven.
Met open vizier naderen tot zijn troon.
Met je hele gedoetje, je zonden en je zorgen naderen tot Hem, Die het voor het zeggen heeft over je leven.
Ja het is God de volle aandacht geven en… zelf de volle aandacht krijgen!
Gebed is een persoonlijk gesprek met de Almachtige hebben.
Hem ontmoeten!
Het is echt naderen tot Hem en Hem gaan zien en ervaren.
Gebed is dat Gods aanwezigheid een levende realiteit wordt die je leven stelt in Zijn helder licht.
En die volledige aandacht, daar deinzen we voor terug.
We voelen ons zo klein en kwetsbaar voor Hem.
Zijn hart peilt ons tot op de bodem.
Ja, bidden is allereerst je leven openleggen voor Hem.
Dit soort gebed is allesomvattend en super intensief.
Je huivert, je siddert, je deinst achteruit, valt op je knieën en staat weer op.
Soms weten we geen raad met krachtige, overweldigende ervaringen in het gebed.
En terwijl we proberen te bidden, proberen voor God te komen, is daar die ellendige stem in ons hart.
De stem die ons aanklaagt en veroordeeld…
Nee, dit is geen vreemde ervaring.
Het is juist het bewijs dat je echt in Gods aanwezigheid komt.
Iemand omschreef dit soort gebed als een schokkende ervaring.
Dit maakte profeet Jesaja mee
Isaiah 6:5 “Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de heere van de legermachten, gezien.”
Dit is wat Job meemaakte.
Job 42:5–6
“Alleen door het horen met het oor had ik U gehoord,
maar nu heeft mijn oog U gezien.
Daarom veracht ik mijzelf en ik heb berouw, in stof en as.”
Dit is de ervaring van Petrus wanneer hij geconfronteerd wordt met de grootheid en heerlijkheid van Christus: Luke 5:8
“Toen Simon Petrus dat zag, viel hij neer voor de knieën van Jezus en zei: Heere, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens.”
Hoe dichter je bij het licht komt, hoe meer onzuiverheid je ontdekt.
En dat is precies de reden dat ons hart ons veroordeeld.
En ons hart heeft natuurlijk het grootste gelijk van de wereld.
God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf…. vergeet het maar…
Dat doen we niet!
En dan die dubbelheid….
De dubbelheid van onze gedachten, onze woorden en daden.
We zijn zondaren en zondigen….
En Gods heldere licht…
Zijn smetteloze heiligheid voor wie niets verborgen is, ontmaskert ons tot op het bot…
En het hart trekt de conclusie!
Je deugt niet!
Maar wat moet je nu?
De stem van je hart kan wel gelijk hebben, maar helpt je niet verder…
Luister…
Midden in deze verwarrende ervaringen komt het Woord van God tot ons.
1 John 3:18–20 “Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.
En hieraan weten wij dat wij uit de waarheid zijn, en zo zullen wij ons hart voor Hem geruststellen.
Want als ons hart ons veroordeelt, God is meer dan ons hart, en Hij weet alle dingen.”
Wat leren we hier?
Dat de veroordeling van ons hart niet het laatste woord heeft!
Wie heeft het laatste woord?
Dat is aan onze God.
Het laatste woord is aan Hem die op de troon zit en het Lam!
Wat is het woord van God?
Dat is het Evangelie van Jezus Christus de Gekruisigde en Opgestane Levensvorst.
Dat is precies wat Johannes ons verkondigd heeft in hoofdstuk 1 en 2!
Ja, onze zonden zijn groot, onze ongerechtigheid, onzuiverheid en dwaasheid is verschrikkelijk.
Maar juist hiervoor is de Zoon van God mens geworden!
Hiervoor heeft Hij geleden, is gekruisigd, gestorven en begraven!
Maar Hij is ook weer opgestaan en zo heeft hij voor eeuwig de zonde vernietigd door Zijn bloed.
Want als ons hart ons veroordeelt, God is meer dan ons hart,
en Hij weet alle dingen.”
God weet van onze diepe val.
Maar Hij weet ook van het kruis!
Hij weet dat de prijs betaald is.
Dat Zijn Zoon het uitgeroepen heeft over Golgotha: Het is Volbracht!
Hij weet dat:
1 John 1:9 “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”
1 John 2:1–2 “En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.
En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zondenvan de hele wereld.”
Hij weet alle dingen:
Hij weet dat de ervaring van Rom. 7 niet het laatste woord hebben.
Romans 7:18–19 “Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet.
Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.”
Romans 7:24–25 “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?
Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.”
En zo, zo alleen brengen we ons hart tot rust.
Want wanneer we naderen tot de troon van de Allerhoogste doen we dat niet op grond van onze prestaties, of onze volmaakte levens.
Nee, we durven het alleen aan om te naderen tot Zijn troon door het offer van Jezus Christus.
Hij is onze verzoening.
Hij is onze bedekking.
Hij neemt het voor ons op in het Heilige der Heilige.
Hebrews 4:14–16 “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.
Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.”
En omdat God groter is dan ons hart.
Omdat de Vader en de Zoon en de Heilige Geest het laatste Woord hebben.
Daarom kunnen we ons hart geruststellen.
Tegenover alle kritiek.
Tegenover alle aanklachten klink het Heilig Evangelie.
Ja, de Waarheid maakt vrij!
Dan wordt gebed van een schokkende ervaring, een hemelse ervaring.
Dan leer je door het Evangelie dat de God van hemel en aarde niet alleen de Rechter is die zal oordelen.
Maar die om Christus wil Onze Vader geworden is.
Door het geloof ben ik Zijn kind geworden.
Wat betekent dat? (art. 12 Westminster Confessie in eenvoudige taal)
“Wanneer iemand door Christus gered wordt, dan wordt die persoon niet alleen vergeven, maar ook kind van God...
God geeft ons het voorrecht om bij Zijn gezin te horen.
Als kinderen van God krijgen we ook de rechten en het erfdeel die daarbij horen.
We mogen God onze Vader noemen, we mogen vrij tot Hem komen, en Hij zorgt voor ons.
We worden door Hem beschermd, gecorrigeerd wanneer dat nodig is, en we ontvangen Zijn liefde.
God verzegelt ons met Zijn Geest, waardoor we zeker mogen weten dat we echt bij Hem horen.
En uiteindelijk zullen we ook volledig delen in alles wat Hij beloofd heeft aan Zijn kinderen.”
Dat is diep indrukwekkend.
Zo leert het Evangelie ons, toch met vrijmoedigheid te naderen tot Zijn troon.
Omdat we weten, het is een troon van genade voor allen die Hem liefhebben.
Het is een plaats waar je gekend en doorgrond wordt.
Waar alles van je bekend is, en je toch niet afgewezen wordt.
De plaats waar je verlicht en vernieuwd wordt.
Waar je verlost wordt van het kwaad en nieuwe genade, liefde, gehoorzaamheid en hoop ontvangt.
Ja, en nu, nu kun je pas bidden.
Je begrijpt pas wat bidden is als je door deze wasstraat van genade bent gegaan.
Dan weet je weer wat gehoorzaamheid is.
Dan is de liefde geordend en je focus weer helder.
Dan laat je het wel om allerlei onzin te bidden.
Je hebt God gezien en je wilt graag wat God wil.
Je gaat bidden om de verheerlijking van Zijn Naam.
Om Gods Koninkrijk, om de vervulling van Zijn wil.
En dat gebed wordt zeker verhoord, ook door uw en jouw leven heen.
Luister maar:
1 John 3:21–22 “Geliefden! Als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid om tot God te gaan; en wat wij ook maar bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is.”
En wat is dan het doen wat God welgevallig is?
1 John 3:23 “En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.”
Dit is het gebod.
Dat je voor eens en altijd gelooft in Jezus Christus.
Geloven in de Naam betekent geloven in wie Jezus is en wat Hij gedaan heeft om ons te redden.
Het betekent dat je je als een verliezer vastklampt aan deze Redder en zo voor eeuwig gered zult zijn. |
Wat is het 2e deel van het ene gebod?
Dat je vanaf nu leeft van de liefde, om liefde te geven.
Om in woorden en vooral in daden de liefde van Christus te laten zien.
Aan je broeders en zusters in de gemeente en aan de naaste die God op je pad brengt.
Nee, ook dit hoeven we niet in eigen kracht te doen.
Daarvoor heeft Hij de Heilige Geest uitgestort in onze harten.
Hij houdt ons erbij..
Hij vorm ons karakter
en Hij zorgt voor blijvende vrucht in ons leven.
Ik wil eindigen met de woorden van de apostel Paulus in Romeinen 8
Romans 8:31–34 “Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen?
Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God?
God is het Die rechtvaardigt. Wie is het die verdoemt?
Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechter hand van God is, Die ook voor ons pleit.”
Romans 8:38–39 “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.”
Halleluja,
Amen.
