Grote winst
Sermon • Submitted • Presented
0 ratings
· 5 viewsNotes
Transcript
Geliefde gemeente van onze Heere Jezus Christus,
Afgelopen week kreeg ik een berichtje van mijn bank. Het ging over mijn spaargeld en de mogelijkheid te beleggen. Een voorzichtige optie, met minder rendement en een avontuurlijke optie, met meer risico maar ook hogere winst. Ik vond het interessant. Mijn geld aan het werk zetten, zonder dat ik er iets voor hoef te doen - mijn kapitaal vermeerderen. Een stukje van: hé, ik kan rijk worden! Aantrekkelijk...
Misschien herken je het wel. Dat gevoel. Het komt in ieder geval van veel kanten op je af. Youtube-reclames van mensen die zeggen via traden rijk geworden te zijn - en ze zeggen dat ze het jou ook kunnen leren. Of ook zo’n methode: producten uit China inkopen, en doorverkopen via Bol.com. Makkelijke winstvermeerdering. Via Crypto kan het ook nog. Het is booming in onze wereld. Rijk worden, steeds rijker. En ook al kijk je met gefronste wenkbrauwen naar dit soort dingen, zit het niet bij ons allemaal wel een beetje in de haarvaten - dat je in dit leven aan een bepaalde standaard moet voldoen om geslaagd, gelukkig te zijn…
Zelfs in de kerk kom je er voorbeelden van tegen. Ik moet denken aan iemand als Tom de Wal, die de kerkelijke markt betreedt met een boodschap dat God wil dat je rijk bent - en zolang jij op de goede manier gelooft zul je het worden ook. Het is niet verwonderlijk dat zijn boodschap aanslaat in een wereld die zo vol is van rijkdom als pad naar het geluk.
Maar nu horen we een heel ander geluid over winst. Tenminste… de apostel Paulus heeft het tegen de jonge dominee Timotheüs over dwaalleren. Dat heeft hij al een heel aantal keren gedaan in deze brief, maar nu snijdt hij nog een ander punt aan. Die dwaalleraren ‘denken dat de godsvrucht een bron van winst is’. En dat zijn dus dwaalleraren die dat zeggen. Mensen met een verdorven gezindheid, beroofd zijn van de waarheid… En dan toch - de godsvrucht is inderdaad een bron van grote winst - met tevredenheid.
Reden genoeg om samen te luisteren naar het woord van God over rijkdom en winst. Thema is: ‘Grote winst’
Wat is dat toch met ons, dat we zo gefixeerd zijn op geld en goed? In de eerste plaats is het natuurlijk heel logisch. Geld is het middel om te kopen wat we nodig hebben. Eten en drinken, kleding, onderdak. En alle dingen daaromheen. Vervoer, ontspanning, opvoeding, sport, noem maar op. Zonder geld kun je niet leven. Nogal logisch natuurlijk, maar toch goed om te benoemen. Geld is gewoon een handig middel om met elkaar te leven. Anders moet je altijd maar ruilen enzo, dat is onhandig.
Maar goed, tegelijkertijd weten we allemaal dat er op deze wereld zeer grote verschillen tussen mensen zijn als het gaat om wat ze verdienen en hoeveel ze op hun bankrekening hebben staan. Er zijn mensen voor wie het altijd spannend is of ze het einde van de maand gaan halen, en er zijn mensen voor wie dat totaal geen vraag is omdat ze weten dat ze nu al genoeg hebben om het einde van hun leven te halen. En dan hebben we het hier in Nederland nog goed voor elkaar. In principe hoeft niemand op straat te leven. De sociale zekerheid is goed op orde. Voedsel, kleding en onderdak - daar hoeft het niemand aan te ontbreken. En toch zijn we samen ontzettend druk met werken, inkomen, verdienen, meer krijgen en meer kopen.
Wat is dat toch met ons, dat het ons zó bezighoudt? Ja, laten we die vraag maar eens aan onszelf stellen. Wat is het in mij? Als ik het bij mijzelf bekijk, dan merk ik dingen als: dan kan ik kopen wat ik wil - onbeperkte vrijheid. Dan heb ik zekerheid - ik hoef me geen zorgen te maken dat ik ooit eens niet genoeg zou hebben om mee te doen als ik gevraagd zou worden: mee op vakantie, een duur uitje… Dat ik iets kan kopen als iedereen het koopt, als ik het heel graag hebben wil en al helemaal voor me zie hoe mijn leven eruit ziet met dit of dat product. En ook wel een stukje status. Als er een respectabel bedrag op mijn rekening staat, dan is dat toch een stukje van: ik heb het gemaakt, ik hoor erbij. Ik ben geen looser. Misschien herken je dingen, misschien zijn er ook andere motieven. Maar aantrekkingskracht heeft het wel toch? Dat wat je voelt als je plotseling een biljet van 50 euro op straat ziet liggen?
- Jongens en meisjes: dat wat je heel graag wilt, waar je van droomt, maar ook: spelen is niet meer leuk zolang ik dat nieuwe niet heb… Daar gaat het over. Dát is zo leuk, dán...
Jezus zegt: waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. Dat is net zoiets als wij zeggen: waar de mond vol van is, daar loopt het hart van over. Wat je hart heeft, daar span je je voor in. Daar zet je een stap harder voor. Daarvoor gaat de wekker eerder, en wordt je bedtijd utigesteld. Daarvoor wordt tijd met partner, kinderen, vrienden, kerk opgeofferd. Dus blijkbaar heeft het iets te maken met wie wij zijn als mensen, hoe we in elkaar zitten. Ons hart - wij - u, jij - hebt de behoefte om geluk te vinden in geld en spullen. En geluk dat is dan: zekerheid. Erbij horen. Status. Kunnen doen wat je wilt, kunnen kopen wat je verlangt. En onderliggend de overtuiging: als ik dat kan, als ik dat heb, dan zal ik gelukkig zijn.
En weet u wat de apostel Paulus dan schrijft in ons tekstgedeelte? ‘Geldzucht is een wortel van alle kwaad’. Zo. Wat een uitspraak. Is dat niet heftig, gaat dat niet veel te ver? Alle kwaad? Doe eens normaal Paulus, doe niet zo overdreven, niet zo heftig. Stel je niet zo aan. Nou, wacht eens even. Eigenlijk gaat dit erover: wie of wat is de eerste, het belangrijkste in jouw leven. Als dat geld en goed is, dan zal uiteindelijk alles ervoor wijken moeten. Als er, tegengesteld, dingen zijn waarvoor geld en goed moeten wijken dan is geld niet het allerbelangrijkste. Zo zou het moeten zijn. Maar als kapitaal wel het belangrijkste is, dan moet alles ervoor wijken. In het groot zijn er voorbeelden genoeg. Kijk bijvoorbeeld naar de tabaksindustrie. Ze weten verschrikkelijk goed dat roken ziek kan maken, op termijn zelfs dodelijk. En toch doen ze hun best om roken aantrekkelijk te maken, mensen aan het roken te krijgen. Of een bedrijf als Meta, dat heus weet dat social media voor jonge kinderen schadelijk is en zelfs verboden, en toch hard z’n best doet om die zelfde jongeren verslaafd te maken. Dan zie je het: kapitaal gaat boven de gezondheid van de ander -> geldzucht als bron van alle kwaad!
Ik hoop dat het bij ons niet zo is, dat geld en goed het grootste zijn, het enige waarvoor alles wijken moet. Maar in de afgodenfabriek die we zijn, als zondige mensen, kan het maar zo een veel te grote plek innemen. En gaat het ten koste van onze dienst aan God. Onze dienst aan Hem, aan het tijd en rust hebben voor onszelf, onze geestelijke gezondheid. Voor anderen - gelegenheid om onderbroken te worden, en barmhartig een naaste voor de ander te zijn. Voor de kerk - om te dienen, in het ambt, als vrijwilliger, als… Het legt ons hart bloot. Dat van u en dat van mij. Ons hart dat zelf God wil zijn, zelf de dienst uit wil maken. Liever zelf zekerheden inbouwt dan op God te vertrouwen, liever geluk verwacht van eigen aankopen en bezittingen dan van Zijn liefde te leven… Liever bouwt op erkenning en waardering van anderen dan… En daar raken al onze levens elkaar toch. Misschien betekent geld niet zoveel voor je, maar status misschien wel. Of weer iets anders. Maar dat van die eigen zekerheden, baas over je bestaan, niet God maar jezelf in het middelpunt. Daar kom je jezelf tegen als zondaar.
En Paulus doet daar niet gewoontjes over, zwakt het niet af. “Wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die mensen doen wegzinken in verderf en ondergang.” Het is een val, een strik. Als je erin getrapt bent, dan ben je gevangen. Slaaf geworden van je begeerten en verlangens. Je wordt opgeslokt in de ratrace naar altijd maar meer, en ligt wakker in gepieker over zorg om te verliezen wat je hebt, je breekt je hoofd over meer krijgen dat je al bezit. En dat leidt tot verderf en ondergang. Je gaat eraan ten onder. Dat merk je al in dit leven, want hoe gelukkig ben je nu helemaal als je je zo in beslag laat nemen door deze dingen? Maar ook straks. Want dit zijn geladen woorden, eschatologische woorden die de apostel ook gebruikt als hij aanduidt wat er eens gebeuren zal als de Heere Jezus terug zal komen op deze aarde. Als deze wereld voorbij zal gaan, de tijd ophoudt en er alleen nog maar eeuwigheid is. Eeuwig licht, en eeuwig donker. En dat eeuwige donker, dat bestaat in verderf en ondergang. In pijn en vuur, in duisternis, in ‘ver weg zijn bij de Heer’. Verstrikt in je begeerte en geldzucht ben je dan als die rijke man waarover Jezus vertelde. Hij had zijn schaapjes op het droge, besloot er van te gaan genieten maar voordat het zover kwam werd zijn leven weggenomen. “Wij hebben niets de wereld ingedragen, het is duidelijk dat wij er ook niets uit kunnen wegdragen.” En als je zo aan geld en goed gehangen hebt, verga je samen met je bezittingen. Ver weg bij de Heer, in het eeuwige donker. Huiveringwekkend. Vlucht daarbij weg geliefden. Als je dit herkent, als er momenten zijn waarop je weet dat je aangetrokken wordt door geld en goed. Vlucht, en strijd de goede strijd van het geloof. Volg Christus na, zoek het goede. Opdat je niet omkomt in duisternis, rijk op deze aarde, maar in de eeuwigheid arm.
—
En daar dan tegenover, vers 6. Maar de godsvrucht is inderdaad een bron van grote winst, vergezeld van tevredenheid. Je voelt het hopelijk al wel aan: dit gaat niet over aardse rijkdom. Niet dat dat verkeerd is, of dat God daar niet mee zegenen kan, maar anders. Godsvrucht, leven voor God, Hem volgen. De dwaalleraren meenden dat je daar op aarde rijk mee kon worden. Paulus zegt: nee, daar wordt je op een heel andere manier rijk van. En dat geeft hij aan met het woord tevredenheid. “Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.” Tevredenheid, dat is: je hebt ergens genoeg aan. Je hebt niet meer nodig. Al zou je nooit meer zijn of worden dan je nu bent, dan is het goed. En Paulus legt het minimum bij voedsel en kleding. Als je dat hebt, dan kun je leven. Dat is genoeg. Ik geloof dat wij er nog wel een dak boven ons hoofd in de winter aan toe mogen voegen, maar dat verandert niet veel aan het principe. Tevreden zijn met wat je hebt. Niet meer willen hebben, rustig zijn - het is goed zo.
Maar hoe doe je dat? En kan dat? Want laten we wel wezen, vaak zijn we niet zo gelukkig. Niet blij. Vaak zijn we onrustig, ongelukkig, verdrietig, angstig, boos, chagerijnig. Vaak hebben we geen zin in de dag, in de taken die wachten. Vaak overvalt ons een gevoel van zinloosheid. Betekenisloosheid. En hoe heerlijk is het dan om je te verheugen op iets nieuws. Shoppen, nieuwe kleren kopen. Met je huis aan de slag. Of zelfs een nieuw huis, met openslaande deuren naar een prachtige tuin aan het water. Naar een nieuwe auto waarmee je lekker in Duitsland op de Autobahn kunt gaan touren. Een sporttrip naar je favoriete Europese sportclub. Een nieuwe televisie met een nog scherper en groter beeld. Een nieuwe baan met een hoger salaris. Extra uren werken. Minder werken om te genieten van je bezittingen. En zo kan ik nog wel even doorgaan… Allemaal dingen, verlangens, voornemens die zorgen voor iets van vreugde in de donkerheid van het bestaan. En als je daarin dan wordt opgeroepen om tevreden te zijn met wat je hebt, dan lijkt het wel alsof het laatste beetje glans weggenomen wordt. Niks meer om naar uit te kijken, niks meer om je op te verheugen, niks meer wat voor glans zorgt in je bestaan. Niks meer waarvoor je het doet.
Ja, dat is waar als het een oproep tot tevredenheid is zonder meer. Dat deden de Griekse filosofen ook al. Tevredenheid als deugd, rust, gelatenheid - maar daar zat verder weinig onder. Misschien dat het besef te voldoen aan het ideaal nog voor geluksgevoelens zorgde, maar daar bleef het dan nog bij. En hoe vind jij dan de kracht om te vluchten voor de begeerte van geld en goed, om tevreden te zijn, om geluk te vinden in tevredenheid?
Nou, dat is te vinden in de Godsvrucht/het geloof. Want dat is geen middel om heil op aarde te vinden, het is het heil op zichzelf. Want het is de navolging van God. Het is het geloof in Hem. De levende werkelijkheid waarin je staat - dat de hemel open is. Dat je je hand uitstrekt naar omhoog, en dat er een God is die tot je spreekt, bemoedigend: kijk naar de lelies, zie hoe ze bloeien. Kijk naar de mussen, zie hoe ik voor heel de schepping zorg. Als ik zo goed voor planten en dieren zorg, hoe goed dan wel niet voor jou? Het is een ontmoeting met je maker, met de Koning van hemel en aarde, met diegene die alle macht heeft. Met Vader, Zoon en Geest. Vraag je of dat een vreugde is? Of dat gelukkig maakt? Ach mens, zie je het niet? Je bent aangelegd op God! Het is als een puzzelstukje, dat alleen past op Hem. En wij proberen allerlei andere stukjes aan te leggen om de puzzel compleet te maken, maar het is nooit goed en nooit compleet, maar op Hem aangesloten zijn we thuis. Schepper en schepsel, ze horen bij elkaar. Dat is godsvrucht, dat is geloof.
En ja, daar is vreugde. Diepe vreugde. Levensvreugde, omdat je gewild en gewenst bent door Hem. Helemaal bedacht, nauwkeurig ontworpen, in liefde geschapen. Het leven op aarde is je gegund. Vreugde ook, omdat Hij in Jezus Christus zondaren op is komen zoeken, de wereld met Zichzelf verzoend heeft door alle schuld aan het kruis te dragen. Dat ook jouw zonden en gebreken niet in de weg staan, dat de poort wijd open staat. En de Geest van God die in je woont, je vernieuwt, je van een mens dat zichzelf en alleen zichzelf zoekt een God-zoeker maakt. Maar dieper nog dan alle dingen die je kunt zeggen over wie God is, wat Hij voor u en jou doen wil staat Hij Zelf. Paulus die zegt: laat de HEERE u vreugde blijven. Hij zelf is de bron van al het goede. Hijzelf is de fontein waarin je drinken mag, bij Hem het heil waaraan jij je laven mag. Het is niet uit te drukken. Hij is in Zichzelf een onuitsprekelijke bron van vreugde. Het gaat alle rijkdom van deze wereld zover te boven. En wat ook zo prachtig mooi is - bij Hem is de rust nu al te vinden. Niet straks. Deelhebben aan Hem, is deelhebben aan de Eeuwige Zelf, de goedheid, schoonheid, waarheid Zelf. Niet sporadisch, niet los. Niet afhankelijk van jezelf en eigen inzet. Hij alleen - wat een heerlijkheid.
Maar gemeente, dan staat u wel voor een keus. Ieder persoonlijk. Jezus zegt het heel scherp: je kunt niet God dienen én de mammon! Niet een keus om voorgoed van de zonde af te zijn, een keus om nooit last meer te hebben van begeerte, van vastzitten aan geld en goed. Want die aantrekkingskracht blijft - het leven is een strijd. Maar wel een keus om naar Jezus toe te vluchten en bij Hem hulp te zoeken omdat je zo’n mens bent die zo vast zit aan de aarde, en zo ver verwijderd bent bij Hem. Een vraag om Hem toe te behoren. Om genade te ontvangen voor je zonden van hebzucht, egoïsme, geldverspilling, en al die andere op dit gebied. Om naar Jezus te vluchten om Zijn liefde te ontvangen, om Zijn goedheid te proeven die al het andere te boven gaat. Want het zijn twee wegen die je kunt bewandelen en de ene leidt tot verderf en ondergang. Hij wil je ervoor bewaren. Hij verlangt naar je. Hij heeft recht op je! Maar jij hebt de keus om te volharden in een weg bij Hem vandaan. Dat is een ernstige, maar de eerlijke waarheid. Of je zoekt Hem, om vergeving en nieuw leven te ontvangen. Nee, niet de verbetering zelf, niet het stoppen met zondigen, niet de radicale keuzes, maar Zijn genade - die brengen je bij Hem thuis, die bergen je aan Zijn vaderhart. Daar vind je rust en troost. Daar, en alleen daar, is verandering mogelijk, overwinning, een nieuw leven.
Geliefden, strijd de goede strijd! Vlucht weg bij de begeerte, volg het goede na. Het geloof, de godsvrucht beoefenen. Bij Hem zijn, je geluk van Hem zoeken. De levenshouding van tevredenheid. Dat heb je niet in je zak en zelfs Paulus zegt dat hij het nog niet gegrepen heeft, dat het een strijden is. Zo spoor ik u en jou van Godswege aan om de goede strijd te strijden, niet voor geld en goed, maar voor Hem! Een strijd die staat onder de belofte van de overwinning, want tot het eeuwige leven bent u geroepen. En wie gelooft in Hem weet zeker dat de overwinning komt. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon.
Amen
